AUGUSTUS 2011

Joseph en Karin zijn koud vertrokken of de volgende gasten melden zich alweer aan. We laten meteen alle voorbereidingen voor het vertrek naar Madeira vallen. Ome Frits en zoon Chris komen helemaal met de auto vanuit hun vakantieadres in Spanje, waar ze op vakentie zijn met de hele familie. Wij liggen nog voor anker in Culatra en verkassen naar de haven van Olhao waar we ze kunnen oppikken en eenmaal aan boord motorzeilen we terug naar de ankerplaats bij Culatra. Hier blijven we, kunnen ze even snuiven aan het bootleven op anker. Wij vonden het reuze gezellig, kort maar krachtig.
De volgende ochtend nemen Ome Frits en Chris de eerste ferry terug naar Olhao, waarna ze nog een autorit van bijna 5 uur te wachten staat.

Op zaterdag 6 augustus is het dan zover, we gaan ankerop en gaan op zeil de Ria Formosa af richting Atlantic. Ik neem voor de zekerheid maar een zeeziekte pil in en dat is maar goed ook. We krijgen na een uurtje of wat zeilen behoorlijk wat wind en de zeilen moeten gereefd worden. De wind komt schuin van achteren wat betekend dat JoHo begint te rollen, en als er iets is waar ik niet tegen kan is het wel rollen. Ik wordt daar niet alleen zeeziek van maar ook vrij agressief... Dat beloofd wat voor de verdere reis.
Wat is het trouwens koud, we zijn zo blij als een klein kind met onze nieuwe zeilpakken. We gingen toch naar de warmere gebieden waar we deze onzin niet nodig zouden hebben (volgens John). De wind blijft maar aanwakkeren en binnen 80 uur arriveren we op Porto Santo, het eerste eiland van de Madeira groep dat we aandoen. Da's dus ruim 500 mijltjes in 80 uur, even kijken, meer dan 6 knopen gemiddeld(!), we hebben volgens John ook een nieuw 24-uurs record gezet op dag 2, bijna 200 mijl (het oude record voor JoHo stond op 180). Wel snel, niet comfortabel zeg ik dan.
Op Porto Santo gaat h
et anker naast de haven voor het strand uit. We hebben al heel wat horrorverhalen gehoord dat je ankergeld moet betalen of dat je weggestuurd wordt door de Maritieme politie. We wachten rustig af, we liggen niet alleen. De Kismet met Ria en Jan die we eerder in Portugal zijn tegengekomen zijn er ook. We worden uitgenodigd voor een bordje spagetti maar we zijn doodop, eerst slapen en dan..............

Ziet Porto Santo er vanuit onze kuip indrukwekkend uit met zijn hoge dramatische bergtoppen. Het strand oogt goudkleurig en we zijn wel benieuwd naar het plaatsje Vila Baleira waar we op uitkijken. De dinghy wordt naar beneden gedaan en we varen langs het strand naar Vila Baleira, brengen de dinghy aan wal en binden hem vast aan een grote betonnen parasol om te voorkomen dat-ie wegdrijft bij hoogwater.
Het eiland werd in 1418 door Joao Goncalves Zarco (een Portugees) ontdekt, maar Vila Baleira doet ons wat denken aan een middelgrote strandstad in Nederland. Het is er erg druk, de ferry komt twee keer per dag uit Madeira, afgeladen vol. Dit eiland is beroemd om zijn mooie langgerekte strand, wat de rest van de eilanden hier niet hebben. Een wandeling door het historische centrum, waar Columbus heeft gewoond, is zeker de moeite waard (en dan verdwijnt dat Nederlandse gevoel vanzelf). Alles is goed onderhouden en straalt. We moeten helaas keuzes maken en besluiten het alleen bij het bezichtigen van Vila Baleira te houden. We leggen de nadruk op het bezichtigen van het hoofdeiland Madeira.

Het anker wordt weer opgehaald op 11 augustus, ondertussen zijn onze Duitse kennissen Ulrike en Lutz van de catamaran Dorado ook aangekomen. We wisselen even een kort woordje met ze als we wegdrijven en vertrekken richting Madeira Grande. Er staat flink wat wind een behoorlijke golven. Het is natuurlijk ook open Atlantische Oceaan waarop we varen.
Hoe dichter we bij Madeira komen des te meer wind we krijgen, ook nu hebben we weer de zeilen gereefd. De punt nadert en de wind blaast ondertussen met zo'n dertig knopen. We zijn van plan om in de baai van Abra te ankeren maar met deze wind is het nog maar de vraag of we er uberhaupt binnen kunnen komen.
De motor wordt aangezwengeld en de zeilen neergehaald, de wind staat intussen recht op de neus en is niet in kracht veranderd, eerder sterker geworden. We gaan stug door en komen dan langzaam bij onze eindbestemming, Baia de Abra een idylische baai aan de oostkant van Madeira. We zijn de enige boot en worden omringd door hoge kliffen in allerlei kleuren. Stil worden we er van.

Na een winderige nacht gaan we dan in de ochtend met de dinghy naar de kant. De landing valt niet mee en ik kukel bijna in het water bij het uitstappen. Een blonde dag zullen we maar denken (die heb ik wel vaker). Er loopt een pad omhoog en zo komen we op de richel van deze ruige bergketen.
JoHo ligt aan de rustige kant en als we op de richel komen kijken we op de zeer ruige andere kant die indrukwekkend is. Het blauw van de Atlantic is een mooi contrast bij de zonovergoten kleurige kliffen. We wandelen nog een stuk over de richel en genieten volop. De rest van de dag blijven we aan boord van JoHo en maken verdere plannen.

Dat plan is om verder te gaan naar een nieuwe marina aan de westkant. Porto de Recreio da Calheta heeft alles en is redelijk geprijsd voor een marina in Madeira, 38 euro/nacht voor JoHo. We zeilen dicht langs de kust wat betekend dat je een prachtig uitzicht hebt. Vanaf de waterkant oogt alles mooier. We hebben een lekkere breeze en JoHo is in haar element. We passeren Machico, een grote havenplaats en zeilen richting Santa Cruz waar we 'en passant' langs de luchthaven zeilen met zijn ingenieus verlengde landingsbaan. Deze landingbaan staat op hoge pijlers (John schat ze zo'n 70 meter!) aan de rant van het land, en onder de pijlers bevinden zich sportbanen, tuinen en een boatyard. Iets verderop worden we getrakteerd op een regenboog tussen de bergen, prachtig.
Dan draait de wind plotseling en krijgen we hem weer op de neus. Westelijke wind, zo komen we dus nooit (niet eenvoudig, comfortabel) in Calheta. De kaart wordt bekeken en we zitten vrij dicht bij Funchal, dan maar daar heen.
Ook over Funchal horen we vrij negatieve verhalen maar we hebben geen keus. Eerst maar kijken of we daar kunnen ankeren, zo niet wordt het toch de marina (als er plek is). Het is snel bekeken, ankeren is geen optie en we varen onaangekondigd de marina binnen. We krijgen een vriendelijk welkom en worden begeleid door de tankman annex aanloopjongen naar een berth. Dat is wel anders dan de verhalen, maar ja, John heeft dan ook direct sjans met onze aanloopjongen en hierdoor krijgen we de beste plaats in de marina, die toch al aardig vol ligt. :-) Nu liggen we waar we eigenlijk niet naar toe wilden, in de hoofdstad van Madeira, en het ziet er erg gezellig, goed en leuk uit. Geweldig.
Na aankomst worden we meteen actief, de boot afspoelen, hadden veel water over de boot gehad tijdens de overtocht dus alles zout. De keerzijde van snel gaan. John heeft een inspectie dag, wat bij ons gebruikelijk is na een overtocht. De motor, stuurautomaat, verstagingen komen allemaal aan de beurt. Ik ga beginnen om de zoute was weer zoet te krijgen en daar heb ik wel een dag of twee minimaal voor nodig.
Na een korte wandeling in de avond vallen we weer met onze neus in de boter. Er is weer eens een feestje, naast de marina is een groot podium opgebouwd waar een hiphop avond vol music gratis wordt aangeboden. Heel Funchal lijkt wel uitgelopen, de music schalt tegen de bergen terug. Prachtig. Vinden wij.
Tegen tweeen wordt de stekker er pas uitgetrokken en gaat iedereen voldaan naar huis en wij naar JoHo. Vanuit de kuip genieten we nog na van ons uitzicht, Funchal aangelicht vanaf de hoge heuvel rondom deze stad. Wat een dag weer.

Dag twee in Funchal, we gaan op zoek naar een huurauto. Morgen willen we het eiland over. Na een halve dag zoeken blijkt er geen wiel te krijgen in Funchal (we hebben ook tweewielers geprobeerd). Augustus is de drukste tijd, veel toeristen en de Madeirianen krijgen dan familie over van het vasteland. Wat nu, dat is toch een behoorlijke teleurstelling. Vluchtig informeren we naar eiland tours, dit blijkt de enige (en dure) oplossing. Nu de moeilijk keuze wordt het West of Oost Madeira. Het wordt de West kant.
Half negen in de ochtend worden we bij de marina opgepikt door Abraham, de chauffeur en gids van de Jeep. Hij rijd richting de grote hotels waar we nog vier andere (Hollandse) mensen oppikken. Onze eerst stop is in Ribeira Brava, een klein plaatsje met een rivier die regelmatig overstroomt. Hierna verlaat de jeep de verharde weg en crossen we richting een van de hoogste punten van Madeira. Het uitzicht is overweldigend mooi. Alles is groen, van de toppen tot aan de valleien en de steden. Dit komt door een systeem van Levada's, kleine kanaaltje die over het hele eiland te vinden zijn en die van de berg toppen naar beneden lopen. Hoog in de bergen zijn er altijd laaghangende wolken, die verder moeten stijgen om over de bergen te komen. Hierdoor laten ze vocht in de vorm van regen los die weer via de Levada's wordt verdeeld over het eiland. Hierdoor hebben ze geen water tekort.
Die kanalen zijn niet natuurlijk ontstaan, wat een werk hier in de eeuwen aan besteed is, onvoorstelbaar.

Via het noorden, Sao Vicente rijden over de oude weg naar Seixal. Hier bevinden zich wat watervallen die ons weer aan de Azoren doen denken. In Porto Moniz bevind zich een natuurlijk zwembad wat weer omgeven is door een dramatisch ruige kustlijn. Over het hoge plateau van Madeira, waar tegenwoordig veel windmolens en zonnenpanelen staan, rijden we via een onverharde weg terug naar Funchal. Dat was weer een dag met veel indrukken maar er komen er nog meer. We horen dat er nog een feestje is in Monte, een aangrenzend stadje bij Funchal. We pakken de bus naar boven en komen uit bij een schitterend versiert pleintje met kerk waar de muziek ons tegenmoet komt. Lekker even wat rond kijken en een hapje eten, John besteld een kippetje en denkt een bil of mischien wel een half haantje te krijgen. Hij krijgt een hele, en een grote, da's 2 kg kip in je eentje (ik had geen honger... :-). Tegen de tijd dat hij alles op heeft gaan ze opbreken, en we beginnen we aan onze dappere voettocht van Monte stijl naar beneden richting haven van Funchal. Dit is een echte kuitenbijter. Ben benieuwd of we morgen nog kunnen bewegen, de weg ging wel heel stijl naar beneden.

In de ochtend doe ik nog snel een wasje. Bij de marina regelen we permits voor de eilanden Desertas en Salvagem, beide besloten nationale parken. Daarna gaan we met het openbaar vervoer naar de Botanische tuin. We lopen een aantal uren rond en genieten volop. Deze keer pakken we toch maar de bus terug (de benen doen nog pijn) en stoppen bij het wijnmuseum waar men uitlegt hoe Madeira wijn wordt gemaakt en in welke smaken. Proeven komt als laatste, even wennen, want het is toch totaal anders dan Port.
Na deze namiddaagse happening gaat John alles klaarmaken voor ons vertrek en ik ga nog even naar de beroemde markt van Funchal en doe wat laatste inkopen. Die avond doen we niets meer, we zitten nog vol van alle indrukken van de afgelopen dagen.

We zijn vroeg uit de veren en laten het hoofdeiland Madeira achter ons om naar de Ilhas Desertas te zeilen. Deze drie eilanden zijn een National Park waar de met uitsterven bedreigde Monk Seals leven, er zijn er nog zo'n kleine dertig. De zeehonden die alleen bij de Madeira eilanden (nog) voorkomen zijn hier in de loop van eeuwen bijna uitgeroeid door de Portugesen. De zeehonden aten de vis die voor de bewoners nodig was om te overleven en na de slachting kwam men er achter dat de beestjes best lekker waren en hun vet kon worden gebruikt als lampolie. De beesten, ook niet gek, trokken zich terug op de onbewoonde Desertas eilanden. Nu zijn het beschermde dieren en ze worden nog maar zelden gezien. We hopen geluk te hebben.
Met ons varen nog zo'n drie andere boten op en we hebben geluk dat we als eerste aankomen (dat is wel eens anders geweest, zie JoHo'tje), er is nog een van de twee mooringen vrij. Langzaam vult de krappe baai zich met -te veel- zeilboten.
Als we goed liggen gaan we met onze dinghy langs de grotten en hoge kliffen met sprekende kleuren op onderzoek uit. We zien geen enkele zeehond dus gaan we maar aan land en volgen de uitgezette tour. Na de tour praten we nog met de warden op het eiland (er zijn er drie, die alle gegevens van de eilanden bijhouden). Hij verteld ons dat het een dikke week geleden is dat ze een Monk Seal hebben gezien. We praten hier over 3 meter lange zeehonden die niet zomaar over het hoofd ziet. Jammer voor ons.

18 augustus, wij zijn rollend onderweg naar de Salvagem eilanden. Bijna geen wind maar wel de golven. Halverwege de nacht gaat de motor er bij aan want we komen bijna niet vooruit. De wind draait langzaam naar noord-west en we zien het hoofdeiland, maar wat we zien bevalt ons niet. Onze ankerplaats is geen veilig heenkomen, daar zorgt de west-windcomponent wel voor. Dat word dus doorzeilen, geen lekkere warme douche en geen rustige nacht op anker. Het moraal zakt wel enigzins. We hebben nu een ander koers en de halfwinder, ons lichtweerzeil, wordt opgezet, maar voor de nacht valt moet het eraf. De wind wakkert aan en we gaan weer even als een dolle. Nog geen twee uur later is het weer doodstil, wel golven maar bijna geen wind. Het is de vraag of we met deze snelheid wel voor het donker Isla Graciosa op de Canarische eilanden gaan halen. We kijken uit naar een goede nachtrust.
Gelukkig, net voordat het zonnetje ondergaat kunnen we ons anker uitgooien in de tweede ankerbaai van Isla Graciosa. We vonden de eerste wel erg druk en in tweede lag maar een boot. Na de nacht weten we ook waarom, de ankerplek rolt. Zo gauw het licht wordt gaan we anker op en naar de eerste ankerbaai. Rust en bijkomen. Hier blijven we dan ook maar liefst vier dagen.

Na La Graciosa staat Lazarote op het programma. We zeilen via de westkant naar Playa Blanca aan de zuidzijde. We zijn niet echt onder de indruk maar dat is logisch na Madeira. De ankerplaats is niet comfortabel, door het komen en gaan van ferries rollen we flink. Toch willen we het een en ander zien, het geluk is met ons. We kunnen een auto zonder airco voor een redelijke prijs huren. We gaan wel de Marina Rubicon in, we laten JoHo hier niet onbeheerd op anker liggen. De ankergrond is niet zo geweldig.
JoHo ligt en wij zijn en route met le voiture. Als eerste stoppen we bij het surrealistische landschap van Parque National de Timanfaya. Vanaf de waterkant lijkt het landschap op mars in mijn beleving. Hier zijn in de 18e en 19e eeuw voor langere tijd vulcaan-uitbarstingen geweest. En eenmaal binnen in het National Park zien we dan ook dat het landschap uit verschillende delen bestaat. Lavastromen die zijn gestold, heel veel vulkaan-cone's en woestijnlandschappen. We worden in een bus door het park rondgereden en het is zeker iedere cent waard. Onbeschrijfelijk mooi.
Vanaf het park rijden we richting noord waar we Haria, een plaatsje met een Noord-Afrikaanse uitstraling tegenkomen. Mirador del Rio met uitzicht op La Graciosa waar we voor anker hebben gelegen is de volgende stop. Via de oostkust rijden we weer terug en stoppen in de hoofdstad Arrecife, waarna we kijken wat we gemist hebben. We zijn namelijk via de andere kant van Lanzarote naar PLaya Blanca gezeild. Het ziet er niet slecht uit maar waar we nu liggen is beter. We kruisen het eiland nog een keer, op naar het groene water bij el Golfo en via de zoutpannen terug naar JoHo.
We hebben weer veel gezien deze maand.

In september gaan we voor de andere eilanden en ik denk dat we eind september/begin oktober richting Kaap Verden varen. Tijd zal het weer leren.