MEI 2010

We gaan naar Dia di Rincon en Ron en Ineke (Ien) gaan mee, wat een geweldig feest. Lokalen lopen in traditionele kostuums door Rincon en er wordt op drums (bari) en viersnarige gitaren opzwepende muziek gespeeld. Tuinen worden terrasjes en overal verschijnen eetstalletjes. Vooral de stoba (stoofpot) is populair om de hongerige feestgangers te voeden. Het eten wordt vervolgens weggespoeld met veel bier. Wij doen het net andersom, eerst veel bier en daarna eten, goed om in de stemming te komen zullen we maar zeggen...
Het is bere-druk (voor Bonaire dan he), veel feestgangers komen van de andere Antilliaanse eilanden speciaal voor dit spectakel over.
De volgende dag wordt de roes uitgeslapen.

De laatste tijd ben ik druk alles op te zetten en informatie te achterhalen voor onze nieuwe cruising guide, Bonaire. Zo komen we in contact met een oude bekende van John. Gerard van Erp runt de haven bij Plaza Resort. Na een bezoekje voor wat info worden we uitgenodigd om met de Blue Ocean mee te zeilen naar Aruba en terug via Curacao naar Bonaire. We vinden het een geweldig idee en stemmen gelijk toe.
De zaterdag voor vertrek varen we Blue Ocean naar een mooring voor Kralendijk. De heren gaan het onderwaterschip onder handen nemen. Met duikflessen en plamuurmessen worden de kokkels en ander spul verwijderd. Het is een komen en gaan van vissen die wel zin in een makkelijk lekker hapje hebben (nee, hier geen haaien). Het karwei neemt zo'n slordige drie uur in beslag maar dan is de onderkant ook zo glad als een aal. De boot wordt weer teruggevaren naar zijn vaste ligplaats in de marina en loopt volgens kapitein Gerard zeker een knoop meer, dat belooft een snelle tocht te worden.

De dag voor vertrek hebben we met het hele gezin van Erp een BBQ bij Plaza Resort. Nog even alles doorspreken. Gerard en zijn zoon Marijn, John en ik gaan met z'n vieren naar Aruba. Maar eerst moet de boot van binnen schoongemaakt worden, voor John staan ook een aantal klusjes op het programma, het want moet worden geborgd... De toiletten voor werken geen van beiden en de douche werkt maar half. Doordat de klussenlijst maar langer en langer wordt vertrekken we pas rond vieren, wij worden uitgezwaaid door Ans en Rob, onze goede buren. Die meteen ook wat foto's nemen. Het uitvaren is een makkie en via klein Bonaire zeilen we onderlangs naar klein Curacao. De wind komt kats van achteren wat als gevolg heeft dat we flink liggen te rollen. Mijn maag begint de vreemde dingen te doen waar je niet vrolijk van wordt. Zeeziekte is het woord. De reis wordt hels en ik ben blij als Aruba in zicht komt. Na 17 uur lopen we eindelijk Barcadera binnen. Gerard checked ons in en vervolgens varen we op motor richting Oranjestad. Er volgt een discussie waar we Blue Ocean gaan laten, in een marina of toch op anker. Het wordt uiteindelijk voor anker en dat doen we bij surfbeach in Oranjestad. Wij als aan boord blijvende crew zijn dolblij met deze beslissing, maar eerst moet het anker nog uitgegooid worden. De ankerwinch en de dieptemeter weigeren beide dienst. Na wat prutsen van John loopt de elektrische ankerwinch weer en kan het anker uit (met een 140 ponds anker en 3/4"ketting is handwerk out of the question).
Gerard en Martijn pakken hun tassen en verdwijnen naar de kant waar zijn vrouw/moeder en dochter/zus in een hotel op hun wachten. Ondertussen zijn de wij de babysitters van Blue Ocean, we zijn er nu wel achter dat veel dingen niet of maar half werken aan boord. Voorbeeld; om de toilet achter aan te zetten (de enig werkende, electrisch) zet je de 'stereo' schakelaar aan. Buiten dat houdt John normaal gesproken als captain veel rekening met mijn zeeziekte door een koers aan te houden waarbij er meer zeildruk blijf staan, waardoor je niet zo gaat 'waggelen'. Samen besluiten we dat het beter is dat ik niet mee terug zeil. Volgens John wordt het namelijk tegen de wind en golven in hakken, zonder wat te steken, recht tegen alles in. Na een nachtje slapen besluit ik daarop maar terug te vliegen naar Bonaire.
Voor het eerst in mij leven maak ik een zeilreis niet af.

Aruba heeft een status aparte, wat betekent dat Aruba een volkomen zelfstandig autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden is. Sinds 1790 is Oranjestad de hoofdstad. De diepere vaargeul is hier hoofdzakelijk oorzaak van, bijna alle goederen en cruiseboten gaan via Oranjestad. De stad werd rond Fort Zoutman gebouwd. Dit Fort werd door de Nederlanders in 1796 gebouwd ter verdediging van het eiland. Ook wordt Oranjestad wel Playa in de volksmond genoemd, net als Kralendijk op Bonaire dus.
De stad zelf vond ik niet zo bijzonder, maar een aantal gebouwen waren gerestaureerd en de parken rondom de waterkant zijn wel mooi. De vrolijk gekleurde huizen aan de Wilhelminastraat zijn echt Caribisch en het walhalla voor shoppers, tja en wij shoppen niet.

We huren ook nog een auto en maken een ronde over het eiland. In het noorwesten staat de oude stenen vuurtoren 'California'. Hij dankt zijn naam aan een Amerikaans schip dat twee jaar voor de bouw van deze vuurtoren zonk voor de kust. Doordat de vuurtoren zo hoog ligt is het een markant punt. We rijden rustig door naar de Alta Vista kerk en het valt ons op hoe volgebouwd Aruba is. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is Aruba veel kleiner dan Bonaire, maar wonen er wel 6x zoveel mensen.
De Alta Vista kerk is een klein kerkje midden in rotsachtig gebied met uitzicht op de ruige zee aan de noordkant. Er lopen veel wilde honden rond in dit gebied, iets waar je niet blij van word. Via een dirtroad rijden we langs de Hooiberg. Deze berg, een bult van 165 meter hoog lijkt typisch op een hooiberg, vandaar de naam. De Hooiberg is bijna vanaf het hele eiland zichtbaar en op een heldere dag kun je vanaf de top Venezuela zien.
In het zuidoosten, vlak bij San Nicolas ligt Baby Beach. Deze baai is in de jaren '30 van de vorige eeuw kunstmatig aangelegd waarna deze zich met zand heeft gevuld. De naam baby Beach is verzonnen omdat het uiterst geschikt is voor kleine kinderen. Het water is prachtig lichtblauw en helder en er staan leuke tropische parasolletjes. Voor de grote kinderen is er ook een bar...
Iets verderop ligt Boco Grandi, de plaats voor kitesurfers. In een woord fascinerend. Wat die mensen met zo'n ding allemaal kunnen. En durven. Vol verbazing hebben we het een tijd bekeken.

Op zondag 16 mei vlieg ik alleen terug via Curacao naar Bonaire. Het begint al goed, met vertraging bij vertrek in Aruba. Voor mij geen probleem ik heb namelijk vijf uur overstaptijd op Curacao. In Curacao breng ik de tijd door met mijn laptop, maar tegen de tijd dat we zouden vertrekken wordt de vlucht opgeheven. Hoe of wat verder, niemand heeft enig idee. Antilliaans geregeld zal ik maar zeggen. Dat wordt dus wachten, 'hopi geduld' is zeker nodig. Uiteindelijk wordt er een extra vlucht ingelast en rond tienen in de avond landen we op Bonaire.
De controle is heel relaxed en binnen vijf minuten sta ik buiten. Even een stukje lopen en dan pak ik de auto naar huis. Ik heb echt mijn dag niet, halverwege valt mijn autoverlichting totaal uit. Stapvoets op alarmlichten sukkel ik naar huis. Eenmaal thuis plof ik zo snel mogelijk in bed.

Wel raar alleen te zijn. Ik rommel wat in huis en wordt op de koffie gevraagd bij Ans en Rob. In de middag ga ik lekker even zwemmen in zee bij Donkeys Beach en in de avond ga ik nog even borrelen bij mijn overbuurvrouw Marlou. John blijkt ondertussen ook onderweg en we hebben helaas geen contact. Ans en Rob bieden nog aan dat ik bij hen kan slapen als ik bang ben alleen. Heel lief allemaal, maar ik red me wel.
De volgende dag ben ik druk bezig veel info te verzamelen voor mijn volgende project, de cruising guide Bonaire en 's middag ga ik weer even afkoelen. Zo'n uurtje doet wonderen, lekker verfrist kom je dan thuis. Dit maal zie ik in de verte een zeilboot en ik denk nog 'zou het de Blue Ocean zijn', maar verwerp gelijk deze gedachte. Zo snel kunnen ze niet zijn. Dan komt er een smsje van John, ze meren rond vier uur af aan een mooring voor Karel's bar in Kralendijk. Snel ga ik naar huis om te douchen en daarna rij ik naar Kareltjes en pik John op. 31 uur hakken tegen de wind en golven in, het blijkt voor mij een goede beslissing te zijn geweest. John is doodop en heeft een aantal dagen nodig om bij te komen.

De laatste week van mei is ook alweer onze laatste week in Bonaire. Het huis is aan kant, heringericht en opgeknapt, de boel staat ingepakt en de tickets liggen klaar. John rond zijn werk af en in de middagen gaan we lekker zwemmen met z'n tweeen. De laatste avond hebben we een happy hour met pannenkoeken bij Rob en Ans. Ook Marlou en onze leenhond Marley is aanwezig. We zullen ze missen.
Bij aankomst in Nederland ziet het huis er goed uit, even een sopje en klaar is kees, maar de tuin is een wildernis. Daar steken we de eerste week veel energie in. Wat onze verdere plannen zijn weten we nog niet precies. Eerst maar eens op orde komen en wennen aan dit koude natte landje. Oh ja, er moet wat geld worden verdiend geloof ik, volgens John is de scheepskas aardig leeg aan het raken...

Jolanda