APRIL 2010

Deze maand staat voor ons in het teken van de reis naar Ecuador. Op 15 april landen we rond 06.30 in de grootste stad van Ecuador, Guayaquil. De luchthaven van Guayaquil lijkt nageltje nieuw en alles is goed geregeld, binnen een mum van tijd staan we buiten. Het zoeken naar een taxi is ook geen probleem er staan er genoeg. Ons hostal ligt in een van de buitenwijken van Guayaquil, we rijden er in een kwartiertje heen, checken in en gooien onze bagage in de kamer. Na wat lokale info aan de balie zijn we weer weg, de dag moet vol benut worden want morgen zijn we weer verder op weg door het land.
De stadsbussen kosten een kwarter dollar (ze gebruiken hier gewoon de US dollar) per persoon en brengt ons naar het centrum van de havenstad Guayaquil. We lopen verder richting de Guayas rivier waar het vernieuwde gedeelte te vinden is. De Malecon is een door bomen omringde boulevard, we lopen over deze kade en passeren restaurantjes, mooie parkjes en monumenten. Halverwege staat de Torre Morisca, een klokkentoren in Moorse stijl uit 1770. Iets verderop zien we weer een houten boot liggen, het stelt een pirate schip voor, nou ja, wel een goede replica. We lopen tot het eind waar de bibliotheek is en passeren een tropische tuin, het Monument la Rotonde een half cirkelvormig monument met het standbeeld van Simon Bolivar en Jose de San Martin.
Bij de Bibliotheek gaan we naar binnen, ik heb van mijn reizen geleerd dat je gratis kunt internetten bij bibliotheken. Aangezien onze mobiel niet werkt zenden we maar een mailtje naar John's ouders. Van al dat geloop krijgen we ondertussen trek en stoppen tegenover de Iglesia de San Francisco waar we ons tegoed doen aan wat lokale lekkernijen. John kiest een Bollo, een gefrituurde bol bestaande uit aardappelen, spekjes en uien. Voor mij wordt het een broodje geroosterde kalkoen ofwel Pavo. We krijgen er een glas vruchtensap bij en tot op heden zijn we er niet uit wat het nu precies was maar het was buitengewoon heerlijk.
Via een wirwar van straten komen we bij een museum uit waar een expositie over de geschiedenis van de Guaya en omgeving is. Helaas voor mij is alles in het Spaans maar ik heb een goede vertaler bij mij. Grappig is wij Hollanders ook voorkomen in de geschiedenis, in die tijd hadden wij het voorzien op het eiland Puna. Wij worden dan ook als piraten afgeschilderd... Na wat cultuur pakken we de bus en crossen dwars door de stad terug richting hostal. We maken een tussenstop bij een van de grootste winkelcentra's van de stad om even te shoppen, met alleen thirts gaan we het niet redden, er moeten shirts met lange mouwen of truien gekocht worden.
Bij de foodcourt eten we maar gelijk wat, we zijn ondertussen bek af en al meer dan 16 uur in touw.

De volgende dag lekker vroeg uit de veren, checken uit en nemen de lokale bus naar de Terminal Terrestre (het hoofd-busstation) van waar we door willen reizen naar Cuenca. De Terminal Terrestre is een drie verdiepingen hoog gebouw, iedere verdieping heeft een speciale bestemming en aanrijdweg voor de bussen (die dus drie hoog staan), interprovinciaal, international of lokaal. Het is voor ons even zoeken waar we de tickets kunnen kopen maar we worden vriendelijk geholpen door de vele (gewapende) politie/legermannen (dat versterkt dus het gevoel van veiligheid absoluut niet, terwijl we ons verder erg veilig voelen in de stad, een contradictie in terminus).
De bus naar Cuenca vertrekt in 15 minuten en we betalen 12 dollar voor 2 personen. We hebben mooie plaatsen vooraan en de bus vertrekt precies op tijd (Hollanders he). We verlaten de drukke havenstad Guayaquil en krijgen de eerste impressie van dit groene land. De bananenplantages trekken aan ons voorbij, het landschap wordt langzamerhand bergachtiger. De bus zet zijn klim in, soms kijk je in een ravijn, we blijven klimmen, de boomgrens is spoedig bereikt (maar er blijven hier bomen groeien), temperatuur daalt. Vijf uur later arriveren we in Cuenca de hoofdstad van de provincie Azuay in het zuiden van Equador, ruim 2500 meter hoger.
Cuenca is in 1999 door de Unesco tot Werelderfgoed verklaard. Eerst gaan we op zoek naar een Hostal, we vinden er een tussen de terminal en het centrum in. Ruime kamer met warm water een douche en toilet. We doen het rustig aan de stad ligt namelijk op 2540 m hoogte en dat zijn wij laaglanders niet gewend met als gevolg duizigheid en ademnood. We lopen door een prachtige stad, de koloniale architectuur gaat goed samen met de nieuwbouw. Er zijn veel pleintjes met bloemenstalletjes en etenskraampjes, Goed aangelegde parken en natuurlijk het boegbeeld van de stad, de Cathedraal met de blauwe koepels. Het is inderdaad een prachtige stad met veel hulpzame en vriendelijk mensen. De dag is weer zo om.

Ook de volgende dag vertrekken we vroeg, vanuit Cuenca kunnen we direct naar de Inca stad Ingapirca. Ook deze rit neemt een aantal uren in beslag. Geen straf want de bussen en wegen zijn uitstekend. Tot nu toe hebben we niets te klagen, door het berggebied en kleine plaatsen waar landbouw wordt gedreven. koeien, varkens en schapen staan aan een touw langs de kant van de weg om het welderige groen te absoberen.
Ingapirca betekent stenen muur van de Inca en is gebouwd in de 15e eeuw. Er werden soldaten gelegerd om de opstandige Canar in toom te houden. Bij de overblijfselen moet je veel fantasie hebben, alleen de zonnetempel is voor ons duidelijk. Eigenlijk valt het een beetje tegen en de entree is buitensporig (nou ja, voor lokale begrippen dan) maar we kunnen in ieder geval zeggen dat we bij een Inca ruine zijn geweest. Het museum is overigens best aardig, je vind er veel voorwerpen uit de Canari en Incacultuur. Aangezien het nog vroeg in de middag is en we hier alles wel hebben gezien besluiten we verder te reizen.
Onze bus zet ons in el Tambo af waar we de bus richting Quito moeten oppakken, nog een tien minuten later komt er al weer een bus aan. Het OV is hier echt goed. Deze bus stopt onder andere in Riobamba, onze volgende bestemming. De vijf uur durende reis is adembenemend en gaat door de avenue van de vulkanen. Diepe groene dalen en dramatische berghellingen. Overal zie je Equadorianen hard aan het werkm het is een bezig volkje.
Dan duikt aan de voet van de Chimborazo vulkaan de stad Riobamba op. Het is al laat als we een hostal vlak voor het busstation pakken. Spullen in de kamer en weer op ontdekkingstocht. Wat wij niet hadden verwacht was dat Riobamba een enorme stad is, maar ook behoorlijk smerig, zeker in vergelijking met Cuenca. Overal ruik je een plasgeur en er ligt een hoop troep langs de kant. Na een stief kwartiertje lopen komen we in het centrum uit. Er staat een podium en men is druk bezig om te bevoorraden, joepie een feestje! We raken aan de praat met lokale toeristen (Ecuadorianen). Na drie uur wachten geven we het op, er is nog geen muziek en men is bezig voor de zoveelste keer aan het soundchecken waarbij het regelmatig fout gaat. Niet echt goed voor de oortjes. Langzaam lopen we terug richting hostal, morgen hebben we weer een drukke dag voor de boeg.

Na een onrustige nacht besluiten we gelijk door te gaan naar Banos. We dachten lekker dicht bij de teminal te zitten maar dat blijkt dus de verkeerde te zijn. Gelukkig blijken de mensen ook hier hier behulpzaam. Er wordt ons geadviseerd voor een dollar de taxi te pakken want het zou niet te lopen zijn. Zo gezegd zo gedaan en inderdaad deze terminal ligt aan de andere kant van de stad, een half uur durende taxirit.
De bussen staan al klaar en voordat we instappen genieten we eerst van lekkernij met koffie van een lokaal stalletje aan de weg. Je hoeft hier trouwens geen ticket van te voren te kopen, het kan ook gewoon in de bus. Verder is er altijd wel een plekje, al moet je staan. In 3,5 uur worden we naar Banos gereden, een lieflijk stadje bij de nog steeds werkende Tungurahua vulkaan...
In deze streek wordt veel suikerriet verbouwd en verwerkt tot suikergoed en alcoholhoudende drank. Bij aankomst zien we rondom de terminal allerlei suikerrietproducten uitgestalt in kleine winkeltjes. We lopen eerst een rondje, we weten nog niet zeker of we hier willen blijven. Bij de busterminal is een reisagentschap dat dagtours verkoopt, we kijken eens binnen en boeken voor laat in de middag een tour naar de watervallen. De dame die ons helpt weet ook nog een goed(koop) adresje om te slapen.
Twee panden verderop zit Ricky's hostal, we bekijken de kamertjes een besluiten een nacht te blijven. Ontdaan van alle spullen gaan we daarna door Banos. Eerst naar het uitkijk punt een daarna pakken we de looproute naar de heilige Maria op de berg. Het wordt een hele klimpartij en het uitzicht is magnifiek, maar de vulkaan zien we niet. We lopen op onze dooie akkertje terug, de benen (vooral die van mij) hebben wat moeite met de gang naar beneden, ze trillen en de controle is bijna weg. We komen toch nog ongeschonden beneden aan (ruim 700 treden loodrecht omhoog).
Keurig op tijd staan we te wachten op onze lokale fel gekleurde toerbus, we zijn de eersten. Het blijkt inderdaad een leuk lokaal ding te zijn met houten banken. We nemen plaats en langzaam druppelt ons vervoersmiddel vol met lokale (Ecuadoriaanse) toeristen. Er wordt alleen maar spaans gesproken en de lokale bevolking heeft veel lol om die twee vreemde toeristen. Het vervoersmiddel volgt een eenrichtingsweg waar regelmatig gestopt wordt voor wat Kodak-momentjes. Ook hier weer die dramatische hoge bergen met diepe kloven. Halverwege kon je met een kabelbaantje uit het jaar nul over een ravijn, dit vonden we allerbei een beetje te veel van het goede (John zakte al door zijn knieen als hij er naar keek). Prachtig voor een ander. Als eindstuk moesten we door een prachtig subtropisch woud naar beneden waar een waterval naar beneden denderde. Als eerste ben ik omhoog geklomen, mijn ademnood zorgde er onderweg voor dat het een martelgang werd. Boven aangekomen met een hoofd als een boei ben ik ergens rustig neergestreken wachten op de rest en John. Het was zeker de moeite waard, maar ook erg veel moeite.
Doodop van twee flinke klimpartijen vallen we s' avonds als doornroosje in slaap.

We blijven nog twee nachtjes in Banos, het is hier geweldig en boeken voor mijn verjaardag een jungle tocht die we morgen gaan doen en vanavond gaan we naar het vulkaan uitkijkpunt. Vandaag overdag geven we ons lichaam wat rust (en bier voor Johneke). Ook Banos ligt op een aardige hoogte, zo'n 1800 m en we doen het lekker rustig aan. Banos doet mij een beetje denken aan Valkenburg in de jaren tachtig. Toeristisch maar niet te.
We lopen door een gemoedelijk centrum naar de Basiliek waar het beeld van Onze Lieve Vrouwe van het Heilige water (Nuestra Senora de Agua Sante). Er worden talrijke wonderen toegeschreven aan deze Maagd. De Basiliek is mooi en het de tuin is prachtig, er is ook een museum bij waar je van alles kunt vinden. Opgezette beesten, schilderijen, dankbetuigen voor de wonderen etc, etc. Na dit stukje cultuur storten we op de dagelijkse kant van zaken, het internet. Trouwens in heel Ecuador zijn ze te vinden, de internetcafe's. Lekker snel ook (vergeleken bij Bonaire).
We eten Ecuadoriaanse dingen en halverwege de middag veranderd het weer, het begint behoorlijk te regen. Wij gaan terug naar ons hostal en blijven daar totdat we 's avonds onze vulkaantoer gaan doen. Het regent nog steeds en wij zijn de enigen in voor de toer. Gelukkig hebben wij regencape's (gekscherend condoompjes genoemd). De chauffeur stopt aan het eind van de stad om zijn vrouw en zoon op te pikken en zo rijden we de met haarspeldbochten bezaaide weg de bergen in. We komen uiteindelijk boven de laaghangende bewolking uit en stoppen bij het uitkijkpunt. Helaa. De vulkaan is niet waar te nemen, maar het uitzicht op Banos bij nacht is prachtig. De vrouw van de chauffeur trakteert ons op warme kaneeldrank met alcohol voor de liefhebbers (Johneke weer). Ondanks de regen is het een mooie avond geworden.

Het is nog geen 23 april, maar vandaag krijg ik al mijn verjaardagskado van John, een toer door de Jungle in het hoog-Amazonegebied. Om kwart over acht in de ochtend worden we opgehaald om regenlaarzen te passen... Na het passen staat er een busje klaar met onze gids Diego, hij vertelt ons dat er nog een persoon moet worden opgehaald. Het blijkt een Engels meisje te zijn die al maanden rondtrekt door Midden en Zuid America. Maddie, zo heet ze, is dolblij dat wij Engels spreken, tijdens onze rit richting Puyo praat ze nonstop (het lijkt Christel wel, maar dan in het Engels, da's best een klus om te volgen).
De flora veranderd en de temperatuur ook, je merkt dat direct, het is ineens erg vochtig. We stoppen als eerste bij een apen-opvangcentrum. Een paar jaar geleden is in Ecuador de wet ingevoerd dat het verboden is om exotische dieren als huisdier te houden. Dit om te verkomen dat mensen een jong aapje aanschaften en de deur weer uit doet als ze groot zijn want dan valt zo'n beestje tegen en de problemen zijn vaak niet te overzien. Als doel hebben ze hier de apen weer te laten wennen aan de natuurlijke omgeving en uiteindelijk weer terug te zetten in de natuur.
Maar goed, wij betreden het terrein, allerlei soorten apen komen te voorschijn. Ze springen als eerst op Maddie af, daarna is John aan de beurt. Kan ik gewoon foto's blijven maken. Maar dan ben ik ook de pineut. In het begin is het best eng want sommige bijten. We horen dat de agressieve apen binnen zitten en niet los mogen als er mensen komen. Het is een vreemd gevoel zo'n aapje om je nek. Ze willen knuffelen en spelen, erg aanhankelijk. Er lopen ook miereneters rond, maar die zijn een beetje grumpy dus uit de buurt blijven was het advies. Na een uurtje nemen we met moeite afscheid van deze leuke beestjes. Ik hoop dat ze het gaan redden in de toekomst.
Het busje rijdt nu steeds dieper het regenwoud in. Langs het water stoppen we, er wordt een boomstamkano voor de dag gehaald. wij moeten de regenlaarsen aan en stappen een voor een in de kano totdat we mooi achter elkaar zitten. De kano wordt door een lokale gids met zijn hond begeleid. Het is een geweldige rit, over een een zijtak van de Amazone rivier. Dan weer langzaam stromend, wat over gaat in een versnelling. In de rivier zit van alles, Anaconda, Piranha's. Maddie vind het maar eng en gaat steeds tegenhangen als ze denkt dat we omslaan. Wat wij weer scary vinden. Langs de kant zien we een aantal cabanas, hutten met open wanden. Mensen wonen hier dus in. Zonder problemen arriveren we. De tocht over het water was prachtig met al zijn oerwoud geluiden en adembenemende uitzichten.

Diego onze gids pikt ons weer op, we rijden nu erg ver je Jungle in en nu gaan we klimmen. Er schijnt verderop een uitkijkpunt over de Amazone rivier te zijn maar daar moet je wel wat voor doen. Doordrenkt van het zweet komen we boven aan. Gelukkig moeten we alle drie op adem komen, ik ben niet de enige. Het uitzicht is geweldig, dit is dus een van de vele begintakken van de Amazone rivier.
We lunchen in het regenwoud, typische gerechten. Aardappelsoep met popcorn vooraf, een visschotel uit de oven in blad gebakken en als toetje bananen plakjes met lokale honing. Het is was een plaatje voor het oog en smaakte naar meer (of hadden we gewoon honger).
In de middag worden de regenlaarzen weer aangetrokken voor een twee uur durende educatieve wandeling door het regenwoud. Hij laat zien dat je termieten kan gebruiken als anti-muggenmiddel als je ze over je huid kapot wrijft. Hoe je aan een liaan kan slingeren net als Tarzan. Welke insecten je kan eten en waar ze zitten. Allemaal heel bijzonder (maar niet praktisch voor een stadsmens). Onderweg komen we nog een behoorlijke waterval tegen en de liefhebbers mogen baden. Maddie, John en Diego gaan erin ik sla even over, wil namelijk niet ziek worden en we zijn natuurlijk behoorlijk nat bezweet. Eenmaal terug wordt nog even bij een klein idianendorp gestopt, de medicijnman komt ons welkom heten. We kijken rond en zien hoe deze mensen leven.
Het begint te schemeren en het is tijd voor de twee uur durende terugweg. Net uit het regenwoud worden we nog even beloond, de Tungurahua vulkaan sprankelt door de zonsondergang. Je krijgt wat je verdient.

Het is alweer woensdag, we nemen afscheid van het mooie Banos en omgeving en tuffen met de bus in drie uur tijd naar de hoofdstad van Equador. Quito is 24 kilometer verwijderd van de evenaar en heeft het hele jaar door lenteweer. Het ligt vrij hoog en heeft een oud en een nieuw gedeelte. Wij gaan vandaag het oude gedeelte bekijken. We regelen een luxe kamer in een prachtig pand midden in het centro, het hotel heet San Francisco de Quito. De binnentuin is geweldig en ondanks dat het midden in de drukke stad ligt overheerst de rust.
We wandelen door het Koloniale centrum ofterwel de oude stad met zijn smalle stijle straten. Plaza de la Independencia is een schaduw rijk plein met palmbomen en bankjes waar je lekker mensen kan zitten bekijken. Vandaaruit lopen we naar plaza San Francisco, dit plein is omringd door een klooster, 's avonds is alles mooi aangelicht. Vanaf dit plein zien we het beeld van de heilige maagd op de heuvel. We moeten nog even klimmen naar de Catedraal, ik ga toch even naar binnen en wordt meteen aangeklampt door een oude man. Hij vraag of ik Katholiek ben en hij wil mij even rondleiden. Voordat ik het weet wordt er een prentje van Maria in mijn handen gedrukt en wil hij een donatie. Ik doneer het prentje en neem zo snel mogelijk de benen. Mopperend kom ik naar buiten. Tja, John moet gewoon de volgende keer mee. 's Avonds doen we nog een rondje oud centrum en verdwijnen betijds naar onze luxe kamer.

Donderdag verruilen we Quito voor Otavalo in het noorden van Equador. We passeren de evenaar maar voelen er niets van, overigens net zoals op zee. Geen Neptunus of andere gods die een geintje met je uithaalt... De busrit is weer adembenemend en in het vlakke gedeelte tussen twee bergen, volcan Imbabura en de Cotacachi ligt Otavalo. Uit deze steek komen de groepen muzikanten die de typische muziek uit de Andes ten gehore brengen in onder andere Nederland. Uit deze streek komen ook de vele ambachtlieden die nog alles met de hand maken. De kleding die deze mensen dragen zijn stuk voor stuk met de hand geboduurd. Zo maken ze poncho's en kleden met alle kleuren van de regenboog. Oogstrelend. Het plaatsje is erg relaxt en alle straten zijn versierd met fraai glas in lood. Ook hier heb je weer zo'n groen park en de kraampjes verderop verkopen van alles. Geroosterde cuy (cavia), kleding, groente en fruit. Alles wordt lokaal verbouwd of gemaakt. Wat is het toch moeilijk te beschijven hoe schitterend een land en zijn bevolking kan zijn.

Ik ben jarig (het is de 23e) en wij hebben een toer geboekt naar de Mojanda meren en de Fuya Fuya. Nog een kadootje, maar ik weet niet of mijn benen dit wel weten te waarderen. We worden om acht uur opgehaald met een pick-up busje, we springen achterin en zijn de enigen voor deze trip. Goed, maar we laten ons niet afschikken. We hobbelen over onverharde wegen langzaam naar boven. Halverwege stoppen we en pikken onverwachts nog iemand op, een Zwitser. Met zijn drieen en onze gids gaan we verder.
Bij het eerste meer stappen we uit en de gids legt uit dat we de andere meren alleen maar vanaf de Fuya Fuya berg kunnen zien. Het gebied is op dit ogenblik erg actief en daarom is het onverantwoordelijk om daar heen te lopen. Dus beginnen we aan onze klim, even vooraf vertellen dat de Fuya Fuya zo'n 4300 m hoog ligt. Wel even slikken voor laaglanders, onze Zwitserse jongen en de gids zijn net berggeiten. John en ik moeten iedere tien minuten stoppen om op adem te komen voordat we verder kunnen.
Ga ik wel de top halen?
Ga ik uberhaupt het einde van de dag halen?
Het is een hele martelgang en we vragen ons af waar we aan begonnen zijn. De gids lacht zich ziek om die domme Hollanders. Maar wij laten ons niet kennen en gaan door tot we er bij neer vallen. En neer vallen deden we op de top. Het uitzicht was de beloning, eerlijk is eerlijk. Maar ik heb mezelf beloofd nooit meer zoiets ongetraind te doen. Al met al een heel bijzondere verjaardag. Nou niet gelijk denken dat naar beneden een makkie is. In tegendeel, naar boven adem te kort naar beneden werken de overwerkte spieren niet mee, Wat tot vreemde taferelen leidt. Maar we zijn weer heelhuids teruggekomen.
's Avonds gaan we samen met onze Zwitserse jongen uit eten. Lokaal eten met lokale muziek, het is een groot feest. John mag ook een keer te proberen van de muziekant, er komt geluid uit maar zo te zien valt het niet mee. Dit was een leuke afsluiter.

Onze laatste dag in Ecuador, de 24e april. Met de bus reizen we weer terug naar Quito. We nemen de lokale bus en proberen in de buurt van het vliegveld een hostal te vinden, wat nog lukt ook. Daarna naar het internet om onszelf in te checken, helaas dit is niet mogelijk. Natuurlijk zijn we op de hoogte van de IJslandse vulkaan uitbarsting en de gevolgen voor het vliegverkeer. Dan maar naar het vliegveld waar ze ons kunnen vertellen dat alles weer gewoon vliegt.
Tijd om nog even naar de evenaar te gaan, La Mitad del Mundo. Preceis op de breedtegraad nul staat een monument, maar het is een groot circus. Je moet het gezien hebben moeten we maar denken. We gaan met de bus terug naar Quito, wel te verstaan het nieuwe gedeelte waar ook de dure hotels zitten, even kijken hoe dat is. Ook hier bevind zich weer een park met stalletjes aan weerszijde. We lopen voor nog een half uur het museum del Banco in, het sluit zaterdags vroeg maar er bevindt zich een collectie van de Inca tijd tot nu. Indrukwekkend.

Zondag na tien prachtige dagen vliegen we weer terug naar Bonaire. Inderdaad vliegt alles weer zoals het moet. Alleen bij het instappen ontstaan er nog wat problemen waardoor het KLM toestel wat verlaat vertrekt. Dat wordt weer goedgemaakt door een ere-rondje Bonaire voordat hij land.

John's ouders bedankt voor deze mooie reis die jullie ons hebben gegeven, hij staat in het geheugen gegrift.