MEI 2009

We hebben een hele mooie ankerplaats in Stuart, al was het eerst de bedoeling aan een mooring te gaan liggen. Maar dat hebben we gelukkig niet gedaan en dat is maar goed anders hadden we Wayne en Linda van Plane Sailing, een motorboot uit Jersey, nooit ontmoet. Leuk stel met uiteraard erg Engelse humor die wij zeker in/over de US kunnen waarderen. Na een aantal dagen vertrekt Plane Sailing naar Indian Town om hun boot er uit te laten halen. Wij mogen hun huurauto voor een dag lenen (alweer!! dus kennelijk hebben we een betrouwbare uitstraling) die we dan na gebruik naar Indian Town brengen. Zo kunnen zij met z'n twee op de boot de route door de sluizen overbruggen.
We nemen afscheid met de hoop elkaar weer eens ergens te treffen.

De rest van onze dagen worden gedomineerd door klussen, het weerbericht bekijken, laatste boodschappen doen en natuurlijk de was. Het laatste doe ik in een lokale wasserette. Ik ben daar de enige niet-Mexicaan, wat vrij verontrustend is na alle mediaverhalen over de Mexicaanse griep. Hoesten, niezen en het draaien van de wasmachines en drogers zijn de enige geluiden binnen... Dan gaat men ook nog eens het haar van elkaar inspecteren op hoofdluis, dit gaat mij toch echt iets te ver dus ik verkas mijn wachttijd naar een supermarkt in de buurt. Ik ga er vanuit dat die luizen niet op op mijn schone was overspringen.

Op 6 mei vertrekken we uit Stuart, Florida, USA, de eerste oversteek van ons programma en deze brengt ons naar Bermuda, een eilanden groep in de Atlantische Oceaan. Dolfijnen en Tunatowers (luxe vissersboten op het water, regelrechte rampen met hun hoge snelheid en a-sociaal gedrag) leiden ons uit als we via een kanaal langs de zandbanken Stuart uitvaren. Buiten de oceaanswell die best hoog is staan er geen golven van betekenis. Zes dagen lang blijft het weer zo lekker rustig. Ondanks de rust worden we beziggehouden, de genua valt met een rotklap s' nachts in het water, de oorzaak metaalmoeheid en de hele ophanging in de top ligt beneden. Gelukkig hebben we nog een voorstag waar een fok of een grote lichtweer genua omhoog gehesen kan worden. Dus doen we het ouderwets bij elke windverandering zeiltje op, zeiltje af, we blijven zo wel in beweging, maar ideaal is anders. Als dan ook nog eens het grootzeil naar beneden komt zetten zonder dat we er om gevraagd hebben, de val gebroken, is de maat vol en wordt het tijd voor reparaties. Dit kan alleen als het rustig is, maar we hebben geluk, het is dag vier en rond de avond valt de wind weg en is de swell redelijk. John gaat met speciale mastschoenen en een veiligheidslijn de mast in. Net voor het donker is het karwei geklaard. Mijn mannetje komt helemaal vol blauw plekken naar beneden, want wat voor mij redelijk rustig leek is daar bovenin nog erg beweeglijk vanwege die hefboom van 17 meter...

Eind van dag 6 wordt het onverwacht nog spannend, we moeten nog zo'n slordige 200 Nm als er donkere wolken aan de horizon verschijnen. Binnen een uur is het pikzwart, de wind begint aan te wakkeren en de golven op te bouwen. Als het dan ook nog eens hevig gaat onweren voor ons verleggen we onze koers en wel daarvandaan. Dit is de verkeerde kant op maar dat hebben we er wel voor over.
Het is een zware nacht, de wind blijft goed blazen en ook nog eens van de verkeerde kant, natuurlijk daarvandaan waar we heen moeten, het zal ook eens anders zijn. De laatste dagen moeten we tacken en tacken en nog eens tacken, het schiet niet op, we doen 5 dagen over die resterende 200 Nm. Het geluk zit ons niet mee, alles is goed nat van het zeewater, dat krijg je als je de ramen niet goed sluit...
Het binnenvaren na ruim 11 dagen heeft dan ook nog wat voeten in aarde, onze motor heeft kuren, hij slaat regelmatig af. Wat nu weer, John vervangt nog snel even voor de ingang de belangrijkste filters en het ziet er naar uit dat dit werkt. Helaas te vroeg gejuicht, dus moeten we op zeil de Town Cut (ingang) inzeilen om in de beschermde baai van St George te komen. We lichten Bermuda Harbour Radio in, zij bieden ons nog een commerciele tow aan, maar dat hoeft al niet meer want we zijn al binnen. Het is bere druk, veel boten van de ARC Europe Rally liggen voor anker, wat het moeilijk maakt een ankerplekje te vinden. Niet getreurd, John vindt zoals altijd nog een plekje en op zeil gooien we ons anker uit. We liggen, het is 17 mei, 20:00 uur.
We hebben speciale toestemming om met onze dinghy in te klaren (op zeil een kade aanlopen is zelfs John te zout) en de dame van Customs en Immigration staat ons vriendelijk te woord. Binnen 10 minuten en 70 dollar armer staan we weer op straat. We zijn officieel in Bermuda, joepie.

Er is niets mooiers dan aankomen, alle ellende is plotsklaps vergeten en dan is er tijd voor vermaak: we gaan het eiland verkennen. Ik noem het een eiland maar eigelijk moet ik zeggen de eilandjes. Alles is met bruggen verbonden waardoor het op een groot eiland lijkt. Bermuda bestaat dit jaar 400 jaar en dat wordt groots gevierd. 400 jaar geleden (in 1609) leden Sir George Sommers en 150 opvarenden met de Sea Venture schipbreuk op de riffen van Bermuda, wat in die tijd nog onbewoond was. Uit het oude wrak van de Sea Venture werden in 1610 twee kleinere schepen vervaardigd waarmee een deel van de opvarenden naar de Engelse kolonieen in de USA voeren, een deel bleef op de eilanden. Het plaatsje St George is dan ook vernoemd naar Sir George Sommer en staat tegenwoordig op de Unesco World Heritage lijst.
We maken plannen voor de komende dagen, vandaag wandelen we naar het St Catherina fort via de unfinished church en Tobacco bay. Gevraagd naar het verhaal van de niet afgemaakte kerk, nou simpel; er was geen geld meer. Tobacco bay is een beschutte idyllische baai met prachtig groen-blauw water. We vervolgen onze weg langs de punt van het eiland waar ook het strand ligt waar de opvarenden van de Sea Venture strandden. Dan ook nog langs de Alexandra batterij en het 'Gates' fort waar men de Town Cut, de smalle inloop naar de baai, kon bewaken. Die Engelsen hebben altijd al oog gehad voor goede strategische punten blijkt ook hier weer. Het laatste kilometertje lopen we langs goed onderhouden huizen in verschillende snoepkleuren. De daken zijn allemaal bedekt met een witte laag kalkhoudende verf, regen wordt zo opgevangen in grote tanks onder het huis en de kalkhoudende laag zorgt ervoor dat het water gezuiverd wordt. Buiten mooi erg praktisch. Tuinen zijn naar Engelse maatstaven opgezet en onderhouden. Nergens zie je vuil slingeren alles is brandschoon, waar je ook komt in Bermuda.
In de avond als het net boven de 20 graden celcius is komen als bij toverslag de fluitende boomkikkers te voorschijn. Ze zijn te klein om te zien, hun lijf is 1 tot 2 cm groot, maar ze maken erg exotische geluidjes, hoge fluitgeluidjes in allerlei toonhoogten. Het is zo rustgevend dat we er iedere avond van genieten.

Bermuda is goed met het openbaar vervoer te doen, er rijden vele bussen die tot in iedere hoek van het eiland stoppen, daarnaast kun je ook met de ferries mee. Een alternatief is een scooter huren, maar dat laten we wel uit ons hoofd met die prijzen hier en ook onze fietsen laten we in onze boot. De wegen zijn namelijk erg smal, wat op zich natuurlijk niet erg is, alleen denken al die Bermudianen dat ze een Schumacher zijn. Trouwens, autohuren is er hier niet bij, het eiland is er te klein voor heeft de regering hier besloten nadat er in het verleden te veel ongelukken zijn gebeurd.

Aan de westkant ligt the Royal Naval Dockyard, dit was in de 1800's de grootste marinebasis buiten Engeland. Vanuit deze basis is in 1812 het Witte Huis aangevallen, met succes. Tot de koude oorlog heeft deze basis dienst gedaan en pas in 1951 is deze gesloten. Na de sluiting sloeg de verloedering toe, maar gelukkig zag men op tijd de waarde van dit historisch punt in en is men het gaan restaureren. Vandaag de dag is het een van de vele toeristische punten van het eiland en weer actief in gebruik, er liggen hier 6 dagen per week twee enorme cruise schepen aan de kade.
Hamilton is nu de hoofstad van het eiland, voorheen was dit St.George. Er is voor Hamilton gekozen omdat het centraler ligt dan St George. Wij bezoeken Hamilton op de Nationale feestdag, 'Bermuda Day' dat normaal op 24 mei gehouden wordt maar dit jaar is verschoven naar de 25e. De 24e viel namelijk op een zondag en dan is alles dicht en gaat iedereen naar de kerk...
Iedereen wenst elkaar een Bermudafull day toe, leuke woordspeling. Als wij aan komen is de marathon nog aan de gang, we lopen alvast de route van de parade totdat we langs het water een mooi plekje vinden, deels uit de zon en voor een podium waar muziek klinkt. De parade begint bijna op tijd -een uurtje te laat- en bestaat uit met bloemen versierde wagens, gombey dansers en mariorette groepen alles heeft als thema; 400 years Bermuda. Dit alles voor meer dan vier uur, na twee uur gaan we toch maar even een hapje eten.
Een goede onderbreking.
Verder is Hamilton niet echt bijzonder, er staan wat oudere gebouwen en wat parken, de rest is ingericht op toeristme en offshore banking.

Er wordt ook nog gewerkt aan boord van JoHo hoor, een van de klussen is namelijk die genua oplappen. In St George is wel een zeilmaker, maar die vraag maar liefste 85USdollar per uur. Dat vinden wij al te gortig, 't is namelijk wel even werk, maar niet moeilijk, dus komt ons Brother naaimachientje weer tevoorschijn en gaat John hiermee aan de gang en wat niet met de machine kan doe ik verder met de hand. Ook het toplicht had het begeven na die klap in de mast, dus John's grote hobby 'de mast in' staat weer op het programma. Respect dat hij dit met hoogtevrees aandurft. Uiteidelijk zijn alle led-lichtjes vervangen, nogmaals de aansluitingen van alles en nog wat in de top nagekeken en alles in orde bevonden. Ook de motor heeft proefgedraaid en ook deze test is geslaagd.

In St George liggen veel boten voor anker, meer dan de helft ligt te wachten op goede wind naar de Azoren, de rest gaat terug naar het noorden van de USA en Canada. Je maakt hier een daar een praatje en gaat op de koffie of ze komen borrelen. Onder deze boten bevinden zich een aantal Nederlanders en zowaar een Belgisch gezin. Buiten St George proberen we nog wat andere ankerplaatjes uit en met succes, er zijn er legio. Met onze bijboot verkennen we de kleinere baaien en bezoeken meteen de vuurtoren van St David. Er zijn vele mooie ankerplaatsen op Bermuda waar je met een doorsnee zeiljacht kunt komen.

Op 29 mei gaan we weer een dagje toeren met de bus en wandelen. We stoppen bij de Spittal Pond Nature Reserve en wandelen door dit gebied. Wij zijn teleurgesteld het is niet zo bijzonder als men doet voorkomen. Het meertje bestaat uit brak water en normaal gesproken zou het er vol moeten zitten met vogels... niks gezien. De route volgt langs een ruig stukje kustlijn terug naar de busstop. Ook stappen we uit bij Gibb's Hill vuurtoren, het hoogste punt van het eiland. Deze vuurtoren staat er al vanaf 1846 en bestaat uit staal. Hij is gebouwd om te voorkomen dat er zoveel schepen op de riffen zouden blijven lopen, wat is geslaagd. Vanaf een roestig balkon bovenin kun je bijna heel het eiland overzien, het is een hele klim en ik tel de trappen maar niet. Eenmaal boven loop ik met een hand aan de reling en de rug tegen de muur met knikkende knieen een rondje, maak wat foto's en ben zo weer beneden.
Vanaf de Gibb's lopen we terug naar Horseshoe Bay, HET Strand van Bermuda. En inderdaad het is prachtig, net als het Pink Beach in Bonaire is dit strand zacht roze door het fijngemalen koraal en schelpen. Het zand is heel fijn en loopt heerlijk, het water is alleen nog goed koud, maar als je er een tijdje inloopt went het vanzelf. We vervolgen onze wandeling langs rotsen en natuurlijke inhammen, we lopen zo door tot aan Warwick Long beach, daar kunnen we helaas niet verder. Als je wil kan je hier genoeg kleine prive strandjes vinden. Verder zien we een flink aantal Portugese-Man-O-War kwallen, als je ze in het water ziet lijken het net drijvende boterhamzakken. Dit is een minpunt en je moet deze zeker niet aanraken.

Er is zoveel te doen en te zien en natuurlijk uit te zoeken voor onze Bermuda Cruising Guide dat we besluiten het vertrek even uit te stellen. Het weer is nog altijd niet echt stabiel te noemen, maar als je echt wil kan je wel vertrekken. Wij wachten gewoon nog even af tot het weer wat rustiger is, wat wel weer betekent dat we waarschijnlijk erg weinig wind zullen hebben. Dan maar iets langer onderweg, "better comfortably slow than brutally fast" verzint John. Ondertussen maken we wel alles langzamerhand klaar voor ons vertrek.