FEBRUARI 2008

Wij zijn nog druk met kleine dingetjes, internetten, vissen in de baai en alles klaar maken voor vertrek van morgen. Vanuit West Bay zeilen we naar Allen's Cay in de Exuma's de parel-eilanden van de Bahamas, als we de boekjes mogen geloven. De zeildag is een beauty, zo eentje die we in lange tijd niet hebben gehad. Tussen de 5 en 15 knoopjes wind, relaxt scheert JoHo door het azuurblauwe water. Tegen het einde van de middag is Allen's Cay inzicht. We schrikken toch wel een beetje. Zoveel masten. Het zal toch niet waar zijn..... We hebben even een deja vu, de Balearen, Formetera. Ondanks de vele boten vindt John toch weer een ankerplekje. JoHo en bemanning ligt.

Vroeg de volgende ochtend staan we paraat, voordat al die hordes mensen wakker zijn willen wij naar land om de beroemde prehistorische met uitsterven bedreigde Bahama leguanen te bezichtigen. Ze zijn klein, hebben een grijs-met-witte huid en zijn ontzettend nieuwsgierig. Met tientallen tegelijk komen ze uit de struiken, het lijkt wel de omgekeerde wereld. Wij worden bekeken in plaats van andersom. Terug in de dinghy bekijken we met trots onze JoHo, wat ziet zij (ze heeft een karakter van een dame) er toch goed uit. Na al het werk.
Nu we de beestjes hebben gezien besluiten we verder te varen naar Norman's Cay. Met ons vertrekken er een aantal andere boten en in kolonne varen we met z'n allen naar beneden. Norman's Cay is vooral oude glorie en grotendeels vervallen, dit alles dankzij de drugbaron Carlos (Joe) Lehder die jarenlang het eiland terroriseerde. Tijdens onze wandeling is dat goed te zien. Voordat we terug varen naar JoHo nemen we eerst nog een kijkje bij MacDuffs (bar, restaurant). Alles is in staat van paraatheid, de Amerikaanse Super Bowl is de oorzaak. Wat een gekte, weddenschappen, iedereen is gekleed in de kleuren van zijn favorite club en ga zo maar door. We nemen een biertje en kijken het zo eens aan. Neeeeee, dit is niets voor ons.

4 februari; we staan op en hebben goede wind, daar moeten we gebruik van maken. Het wordt een lange zeildag, waarvan alleen het laatste deel op motor, perfect. Nou ja, bijna dan, we redden het net niet voor het donker. De aanloop is geen probleem en er liggen geen riffen. We zien wel heeeel veel kleine lichtjes. We wisten niet dat Black Point Settlement zo groot was. Zonder problemen gooien we het anker uit.
In de ochtend zien we dat al die lichtjes niet van de settlement zijn maar van boten, tjonge wat een boten en mensen, de een is nog verwaander dan de andere en ongemanierd!, in een woord, Amerikanen. Na onze dagelijkse klussen zoals wassen en opruimen gaan we aan land voor een wandeling. Ongelofelijk wat een armoedig plaatsje en dat zo dicht bij de USA, zelfs in de Maldiven was het nog beter. Bij Lorraine's cafe gebruiken we het internet, dit is de eerste keer in lange tijd dat we het niet aan boord kunnen oppikken.

De wind bepaalt onze koers. We willen naar beneden, naar de Carieb, maar met de wind die er staat (Zuid-Oost) gaan we naar Cat Island. De zeilreis is ruig en ik ben blij als we er zijn na een hele dag zeilen. Gelukkig dat onze Storno dit niet meer hoeft mee te maken. Op een of andere manier heb ik problemen hoe JoHo zich beweegt, mijn maag leidt dan een eigen leven zullen we maar zeggen. Het is bijna donker voor we de 55 mijl hebben geslecht en dicht voor het land gooien we voor vanavond het anker uit, morgen zoeken we wel een ander plekje.
Cat Island is het hoogste eiland van de Bahamas, vroeger waren er vele plantages, maar daar is niets meer van over. Vandaag de dag leven ze van het verbouwen van ananas, watermeloen en erwten en houden ze vee, alles voor de lokale markt. Een klein detail; de vrouwen van Cat Island waren de eerste die van hun stemrecht massaal gebruikt maakten (97%) in 1962. Niet dat dat veel heeft uitgemaakt...
Vroeg in de ochtend, het is amper licht en we worden gewekt door een vreemde swell, de wind is gedraaid. Zo snel mogelijk gaan we ankerop en verkassen naar de baai bij New Bight. Hier liggen we redelijk rustig ondanks deze wind. Als we zeker goed liggen en hebben ontbeten gaan we aan wal, tijd om diesel te halen in jerrycan's.
Na al dat werk is het tijd voor onze wandeling, die leidt naar de Hermitage van vader Jerome, op het hoogste topje staat een klein maar stevig kerkje. Een copie van een Europese Hermitage. De omgeving is ruig en de wind huilt om onze oren, het uitzicht is prachtig. Vader Jerome heeft dit gebouwd op zijn 62e en bewoont tot zijn dood (80), hier vindt je ook zijn laatste rustplaats. Wij genieten van de rust en het uitzicht...
Het is vandaag goed warm en terug op de boot nemen we een plons, ondanks het koude water spring ook ik er in. Heerlijk afgekoeld komen we eruit.

10 februari, met een goed weersvooruitzicht gaan we uit, ons weather-window duurt maar 48 uur. Op naar beneden, weer een stukje dichter richting Carieb. We zeilen de hele dag en tegen de avond besluiten we door te varen, zonde van deze wind om te stoppen voor de nacht.
Dom dom dom, tegen negenen veranderd het weer, de wind waait harder en harder, 30 knopen en meer. De zee is ruig, logisch want we zitten op de Atlantisch oceaan. Voor mij gaat het licht uit, zwaar zeeziek kruip ik bed in. John moet twee keer het grootzeil reven, de genua rolt niet meer en er staat een lap zeil van 130% uit, we schieten vooruit met 7 knopen, maar dit is niet comfortabel. Bij daglicht probeert John de genua binnen te nemen maar helaas. Uiteindelijk neemt hij een noodgreep en laat hij hem maar helemaal gaan, hierbij beschadigt wel het zeil.
De vuurtoren van Crooked Island is in zicht, we zijn dicht bij een ankerplaats. Doodop (John) en ziek (Jolan) komen we op een ankerplaats aan. Het zit goed tegen, op de ankerplaats staat een enorme swel, we gaan door. Tegen de tijd dat we eindelijk liggen (halverwege het eiland, zo dicht mogelijk bij de kust) hebben we alle moed verloren, we weten nog niet hoe groot de schade is en met deze wind kunnen we dat ook niet uitvinden.

We liggen hier niet al te lang, het rolt en van slapen en inspecteren van de schade komt niets. We zoeken in onze reserve zeilen en vinden een stormzeiltje. We motorzeilen naar Atwood Harbour in de luwte van het eiland, het waait nog altijd de pannen van het dak vanuit het Zuid-Oosten.
John vangt een tonijn
en eind van de dag, op de ankerplek worden we getrakteerd op een mooi plaatje van de ondergaande zon.

Atwood Harbour is een erg mooie natuurlijke haven, we liggen beschut en rustig, tijd om te zien hoe alles er bij staat. Als eerste komt de genua aan bod, het zeil blijkt sterker dan gedacht, alleen op de naden en langs de UV-strook is het een en ander goed beschadigd. Dit wordt direct grondig door John gerepareerd. Erger is de stalen stag in het zeil, deze is helemaal verdraaid, in het zeil verwikkled. John neemt het zeil naar het strand, waar hij met hulp van Steven de stalen stag weer enigzins weet te ontwikkelen en recht te buigen, maar echt gelukkig is mijn ventje er niet mee.
Na het zeil komt het rolsysteem, dat is er (nog) erger aan toe, de lagers zijn totaal weg (versleten vraag ik, nee verbrand zegt John en hij laat me een in elkaar gedraaide brij van aluminium en wat kogeltjes zien). John probeert het te maken, ik zie hem druk bezig met zaag, vijl, boor en hoor hem brommen. Dan verandert de brom in een hum, kennelijk is het aan het lukken.
Dan als laatste is onze autopilot aan de beurt. Het is een Simrad, Billy zoals we hem noemen heeft er ook al de brui aan gegeven. De belt is aan vervanging toe.......

We zien het even niet meer zitten, wat nu? In de tussentijd worden we opgevrolijkt door de bemanning van Sophia, Steven, Susan en hun hond Maddy. Ook Jean-Pierre en Michelle van de Canadese Marie-Bleu is van de partij. Na alle verhalen besluiten we te proberen door te varen naar Puerto Rico waar je ook onderdelen kunt krijgen en zaken vervangen.
In de tussentijd moeten we wachten op een nieuw front om verder naar beneden te varen en we doden de tijd met kayaken, wandelen, kampvuur maken en socializen. Tijdens deze dagen mis ik mijn katten enorm, de stilte......

20 februari; het is nog donker als we vertrekken. Vandaag zou het er van moeten komen, we gaan naar Mayaguana, de laatste stop voor de Turks en Caicos eilanden. Als we buiten zijn wordt de genua uitgeprobeerd, het uitrollen werkt, we zijn zo blij als kleine kinderen, we kunnen door. Alles gaat lekker tot we op de hoek van Acklins Island komen, de golven zijn hoog en met de wind op de neus zien we dat de autopilot het niet aan kan, dan maar op de hand. Erger wordt het als we de rolgenua proberen te reven, dit lukt pas als we afvallen, dit gaat niet echt werken. We hebben al zicht op de Plana Cays, we zijn dus halverwege maar het gezond verstand zegt ons dat het zo niet door kan gaan. In de Carieb is het constant zoveel wind en op de neus. We gaan terug, de stemming is te snijden........

Terug in Atwood, bekijken we alles nog eens. We hebben gewoon kleinere zeilen nodig en nieuwe lagers, ook voor de autopilot moeten we een nieuwe stuurband bestellen. Eerst gaan we kijken of we dat allemaal in de Bahamas kunnen regelen, zo niet dan gaan we terug naar de USA. De aankomende tijd zullen we in rustige, kleine hopjes -hopen we- naar boven gaan en genieten van een deel van de Bahamas dat we nog niet hebben gezien. Via Long island zeilen we terug naar George Town. Het is ons niet gegund, alsof de duvel er mee speelt, wind op de neus en of dat niet genoeg is ook nog waterhozen.

Eind van deze maand liggen we met nog zo'n 250 andere boters in George Town, we zijn in een staat van shock. Zoveel boten en hier liggen we nog wel een tijdje, of we het willen of niet. Maar eens kijken of we hier kunnen vinden wat we zoeken.