APRIL 2006

Het zou zomaar een 1 april grap kunnen zijn, drie uur geleden hebben we vernomen dat we morgenvroeg met alle paspoorten op de stoep van de Indise Ambassade moeten zijn. In twaalf uur moeten we zo'n slordige 1100 km overbruggen. Om 18:00 gaat John kijken of er nog vluchten zijn voor morgenvroeg 10:00, niet dus. Dan maar een auto gehuurd.
Samen met Ben rijden we met onze huurauto aan. De nachtelijke rit valt mee en de volgende morgen melden we ons keurig op tijd bij de Ambassade. Het gaat vier dagen duren en Ben besluit met de bus terug te gaan naar Salalah. Wij hebben geen keus en blijven de vier dagen in een hotelletje in Muscat, de hoofdstad van Oman. We bezoeken het koninklijk paleis, een marina en eentje in aanbouw. Krijgen er een rondleiding. Verder slijten we onze dagen met boodschappen doen en kopen we een nieuwe computer. Tussendoor rijden we naar Nakle waar een fort staat, dit is goed gerestaureerd. Voordat we het weten is het woensdag en staan we weer voor het loketje bij de Ambassade. Alle paspoorten zijn voorzien van een visum voor India en samen met Cees die even op en neer naar Dubai is geweest rijden we terug naar Salalah.

In Salalah moeten we nog water tanken, dat wordt uiteindelijk met jerrrycans gedaan omdat onze agent Mohammed zijn afspraken niet nakomt. Met hulp zijn we snel voorzien. Diesel hadden we al getankt, even de motor starten voor controle. Even staat die aan en dan is het stil en blijft het stil. Paniek, vanavond als de papieren in orde zijn kunnen we aan de oversteek beginnen. Maar zonder motor wordt het behoorlijk lastig. John gaat met John van de Kekeni aan de slag. Het blijkt de hogedrukpomp te zijn, gelukkig hebben we ook hier een reserve van aan boord. De andere pomp wordt geplaatst maar geen succes. Het is ondertussen al avond en de eerste yachten zijn al onderweg naar Mumbai.
Ben weet hier een goed mannetje, Amin. John gaat bellen en hij komt dezelfde avond nog. Neemt de hogedrukpomp mee en belooft morgen de motor weer draaiend te hebben, na onze ervaringen van afgelopen tijd moeten we dat eerst zien. We gaan nog naar de club om snel nog wat te eten. Een deel van de groep zit er nog en als we vertellen wat de bedoeling is besluit een deel op ons te wachten. Wij hebben al samen afgesproken dat als de motor niet werkt we rechtstreeks op zeil naar Vasco da Gama zullen afreizen.

Het wordt een spannende dag, we liggen alongside de kekeni op anker te wachten op ons mannetje. Rond elf uur, twee uur te laat maar zo gaat dat hier komt hij aanzetten met de hogedrukpomp. Het installeren heeft nogal wat voeten in aarden. Tegen enen zit die erin en wordt de motor gestart. Geen succes, ik kan wel huilen. Uiteindelijk hoor ik vanaf Kekeni het geluid van een motor die aanslaat. Een vieze grijze rook komt uit de uitlaat. We hebben ondertussen ook een jerrycan verbouwt tot dieseltank, er blijkt namelijk zout in onze hoofdtank te zitten.
Een uur later varen we met drie andere yachten de haven van Salalah uit op weg naar Mumbai.

De oversteek is erg rustig. De eerste dag hebben we nog behoorlijk wat wind waardoor we een uitzonderlijk hoog daggemiddelde scoren (135,4 NM). De rest van de dagen is het veel motoren, wij moeten goed uitkijken of we wel genoeg diesel aanboord hebben. Dagenlang zien we geen land of ook maar andere boten. Grover komt regelmatig bij mij op schoot liggen als ik wacht heb. Het gaat steeds slechter met het beestje. Ik zal een dierenarts laten komen zo gauw we in India zijn. Bij het idee al wordt ik misselijk.
De dagen vliegen voorbij, we lezen wat. Luisteren muziek, babbelen samen. John klust aan de boot. Op de tiende dag als het opnieuw windstil is, besluiten we de motor stationair bij te laten draaien. De diesel is bijna op, het zal er om spannen of we Mumbai vandaag wel of niet redden. We geven dit door over de marifoon en krijgen 15 mijl voor Mumbai een aanbod van H2O, onze sponsor in India, dat als we diesel nodig hebben we maar een gil moeten geven. Gelukkig blijkt dit niet nodig, we zeilen weer (maar langzaam). Midden in de nacht varen we Girgaum Chowpatty, een baai in Mumbai binnen. We hebben nog zo'n 5 liter diesel in de tank zitten, maar we hebben het gered, het anker wordt uitgegooid en we bekijken de Manhattan-achtige skyline van Mumbai.

We maken kennis met Gautam en vrouw Anjun. Zij zijn het aanspreekpunt hier in Mumbai. Er moet nog een hoop geregeld worden voor de rally. Hier in Mumbai zijn problemen en dan blijkt er ook nog geen steiger in Vasco te liggen. De dagen die komen wordt er volop onderhandeld, Vasco wordt Panjim, een marina een ponton..... Ik neem het officiele inklaren en uitklaren voor mijn rekening, met een taxi naar de Immigration. Hier moet je veel geduld en tijd hebben.
Tussen de bedrijven door bezoek ik een tandarts, bij mijn voortanden zitten drie gaatjes en die moeten behandeld worden. De tandarts bevindt zich in een aftands gebouw. Ik heb de zenuwen maar zo gauw de deur wordt geopend zit je in een andere wereld. De tandarts is goed op de hoogte en levert perfect werk.
Helaas, de keerzijde is dat door al het werk we nog geen tijd hebben gehad voor onszelf, de sites of Mumbai te bekijken. Nu zijn we weer druk met de Flag-in ceremonie, we krijgen van onze sponsors een heerlijke lunch aangeboden en worden we aan de pers en lokale beroemdheden voorgesteld.
In de avond zitten we al weer in een taxi op weg naar de Royal Bombay Yacht Club waar we eervolle leden (Honourary Members for Life) zijn geworden, hier krijgen we een avond met muziek, dans en eten aangeboden. Na vele biertjes worden we afgeleverd bij de JoHo, wat draait en rolt zo'n boot toch. :-)

Vandaag eindelijk een vrije dag. Nog geen tien minuten later staan we alweer voor een volgend dilemma, er moet ineens betaald worden voor het in- en uitklaren, en niet te zuinig! Als we alles weer geregeld hebben gaan we eindelijk Mumbai in. We bezoeken een tempel, lopen door kleine straten. Zien het schijnende verschil tussen arm en rijk. Het oorverdovende geluid van mensen en verkeer, vuil op straat, bedelende mensen. Het maak een enorme indruk.

Ik ben jarig en sta al om zes in de ochtend naast mijn bed. Niet voor kadootjes, maar of ik met spoed wil meekomen naar de Immigration. Met tien paspoorten van de mensen die de rally gaan verlaten zit ik in een taxi, twintig minuten later zit ik weer op dezelfde stoel als de eerste keer. Ik wordt vriendelijk toegesproken en in een recordtijd van twee uur sta ik buiten.
Als ik terug op de JoHo ben wordt ik door John en Ria (die voor mijn verjaardag aan boord is gekomen) toegezongen. Ik pak mijn kadootjes uit en ben even echt jarig. Binnen een uur staan we weer op de kant, tijd voor de captainsmeeting en daarna een uitgebreide lunch. Na de lunch stroomt de pers in grote getalen toe en wordt iedereen wel een keer geinterviewd. De pers is voor de Vasco da Gama Cup gekomen die vandaag start gaat. Een Bollywoodster heeft het startschot.

We zijn vertrokken met twaalf yachten en vijf seabirds, dit zijn open boten vergelijkbaar met een BM-er. Binnen een uur lig ik ziek op bed, het eten is niet zo goed gevallen. Achteraf blijk ik niet de enige te zijn. De tocht levert mooie plaatjes op, het is een prachtige zonsondergang. De wind neemt in de avond behoorlijk af.
De volgende dag komen we in de loop van de middag in Jaigarh aan, waar we niet aan de stijger gaan liggen i.v.m. met het getij maar op eigen anker.
John gaat de kant op, ik blijf aan boord. Jaigarh is een vissersdorp met een fort en moskee. Ook hier is het armoe troef.

In de nacht worden we wakker van een enorme klap. We vliegen naar buiten en zien dat de Markoen is gaan krabben en tegen de hekreling van JoHo ligt te beuken. Met man en macht proberen we de Markoen af te houden, ondertussen roepen we. Uiteindelijk worden Loek en Hans wakker, nog versuft staan ze te kijken wat er aan de hand is. Loek start de motor en probeert weg te varen maar kijkt niet en krijgt onze ankerketting in de schroef.
Wij laten langzaam aan onze ankerketting een meter of twintig gaan zodat Hans onder water de ketting kan los maken. Als dat niet lukt laten we al onze ankerketting gaan en binden een skippybal aan het uiteinde zodat we altijd onze ketting terug kunnen pakken. We varen langzaam rondjes totdat Hans klaar is. Dan pakken we onze skippybal weer op en halen de ketting binnen, tot halverwege de ankerwinch stopt.
Wij roepen naar Hans dat hij ondanks dat hij eerder heeft geankerd zij door het krabben op onze ankerketting liggen. Markoen haalt hierna zijn anker snel op, waarna ook wij onze handel zonder probemen binnen kunnen halen. De volgende ochtend bekijken we de schade.

We laten Jaigarh achter ons en rijden met een busje door het land naar het resort waar we op uitnodiging de nacht door gaan brengen. De kamer zijn simpel maar schoon met airco en we hebben uitzicht op zee. Een prachtig langgerekt stukje kust met iets verderop een tempel voor Ganesh de olifantgod. Na wat uitrusten brengen we de avond door aan het strand, waar een indrukwekkende show opgevoerd wordt door lokale kinderen. Iedereen heeft het uitstekend naar zijn zin, het eten is lekker en de drank vloeit rijkelijk.

Het tweede gedeelte van de Cup is van Jaigarh naar Panjim. Het waait dat het rookt en het wordt een ruig nachtje. In een recordtijd zijn we in Panjim. Eerst gooien we ons anker tijdelijk in een zijrivier en wachten tot iedereen er is (jaja, JoHo is het kleinst maar zeilt o-zo fijn). In de ochtend varen we met de overgebleven twaalf jachten naar het ponton. Er ligt welgeteld een ponton waar wij voorlopig aan gaan liggen, JoHo steekt namelijk niet al te veel. We noemen het proefdraaien.
De Vasco da Gama Cup wordt een dag later uitgereikt aan de winnaars. De Chief Minister Goa komt hiervoor speciaal opdagen. Dit wordt opgeluisterd met een hapje en een drankje.

Met Grover gaat het steeds slechter en Francisco de manager van Dhristi Marina zal morgen de dierenarts bellen. Op zondag komen ze namelijk niet en ik wil dat de dierenarts aan boord komt. Dat is toch wel het laatste wat ik voor hem kan doen. Maar daar denken we nog maar even niet aan.