FEBRUARI 2006

Rustig motoren we samen met de Rotirik over een fluweel gladde zee naar Khor Shinab waar het grootste gedeelte van de groep al is, waaronder de Thalassa. Na een lange maar prachtige inloop gooien we ons anker uit. Het is hier geweldig mooi, goudkleurige kust met overhellende kanten met hier en daar mangroves.
Nog even de dinghy uitgooien en we zijn op weg naar Thalassa, eens kijken of we nog wat voor ze kunnen betekenen. Als we aankomen is men nog druk aan het sleutelen en Coos vertelt wat er allemaal heeft plaats gevonden afgelopen dagen.

Thalassa is bij het binnenvaren van Khor el Marob op een koraalrif gelopen, waarna ze al snel water maakten. Thalassa heeft hierna een mayday uit doen gaan, waarop een aantal boten van onze rally hebben gereageerd.
Zij hebben Thalassa van het rif kunnen halen, waarna Thalassa tussen de Scharrel en Miss Cat omhoog gehouden werd voor een aantal dagen. Ondertussen zijn ze gaan hozen en hebben de schade opgenomen. Het gat is (onder water!!) gedicht en Thalassa vaart weer. Dit is het verhaal in het kort.

Na veel winderige dagen vertrekken we vanuit Khor Shinab voor een overnachter naar Suakin. Het wordt een kalme overtocht met overdag aardig wat wind, helaas neemt deze in de avond en nacht af en moet ons ijzeren zeil (de motor) bijgezet worden.

Als we goed liggen en ingeklaard zijn gaan we aan land in Suakin, Sudan. Het is schokkend hoe arm deze mensen zijn.
In Sudan heerst al heel lang een burgeroorlog en ze hebben ruzie met alle maar dan ook alle buurlanden. Ondanks dat merken wij hier niets van deze oorlog.
De mensen zijn trouwens wel aardig lamgeslag. Er zit werkelijk niets bij, waarom zou je je ook druk maken lijken ze wel te denken als er toch geen toekomst is.

We lopen door het dorp, nou ja, een dorp kan je het eigenlijk niet een noemen. Ook heb ik speciaal voor deze gelegenheid mijn Egyptisch gewaad maar aangetrokken om ellende te voorkomen. Dit land is namelijk streng islamitisch.
We lopen over de markt en kopen wat groenten en fruit. Alles wordt omgeven door de vliegen, daar moeten we echt aan wennen.
Maar gauw terug naar de luxe van onze eigen boot.

De dagen die hierop volgen zijn we druk met distribueren van water en diesel voor de rallygroep. Verder worden er twee busjes naar Port Sudan geregeld. Een tocht door de woestijn naar de grote havenplaats.
De stad is wat moderner maar vuil, ook hier zijn de mensen straatarm maar wel vriendelijk.
Uiteindelijk oordeel is wel dat je in een dieper gat als Sudan niet kan vallen.

Voor vertrek naar Eritrea nemen we uitgebreid afscheid van Chris en Tineke van de Rotirik, zij gaan terug naar de Med. Na een geweldige tijd en heel wat mijlen samen hebben afgelegd, zeggen we de Rotirik gedag, maar we houden contact.

Tussen Suakin en Massawa wordt er door iedereen veel vis gevangen, met als gevolg veel vispots op het strand.
Wij vangen een barracuda van 1.10 meter met enorme tanden, het binnenhalen was wonderbaarlijk genoeg een makkie. En lekker dat-ie was!

Bij het binnenlopen Massawa geven we Miou de Mer een sleepje, zij kunnen hun motor (weer) niet gebruiken. Het eerste wat we zien is dat een deel van de stad kapot geschoten is. Jarenlang heeft er een oorlog gewoed tussen Eritrea en Etiopie, nog niet zo heel lang geleden is Eritrea een zelfstandig land geworden. Helaas is er nog steeds een oorlogsdreiging, maar in het land zelf merk je daar niets van.
Men werkt hard om langzaam uit de armoede te komen en het land weer op te bouwen. De mensen zijn mooi en trots op hun land.

We hebben een dagtrip naar Asmara geregeld, met twee kleine maar moderne bussen gaan we op weg.
Het landschap is eerst nogal droog met hier en daar een stekelig struikje, maar dit veranderd geleidelijk. Hoe hoger je komt hoe groener alles is, nooit gedacht dat het zo zou zijn. Voor Asmara moeten de bussen flink klimmen, groene plateaus kruipen voor ons langs, de wegen worden steeds kronkeliger naarmate we hoger komen.
Asmara is een stad hoog in de bergen. Alle straten zijn schoon, kleine winkeltjes verkopen levensmiddelen, bijna overal vind je internet cafe's (de verbinding is wel erg langzaam).

We lopen relaxed door de straten, mensen knikken vriendelijk en vragen waar we vandaan komen.
Tijd voor een beroemd Eritreaanse bakjes koffie, we vinden een italiaans koffiehuis. Na een vermoeide dag stappen we opgewekt de bus weer in, we hebben nog drie uur terug te reizen.
Als we Asmara uitrijden zijn de bergen gehuld in prachtige wolken, we rijden door de wolken naar beneden.
Na een uurtje rijden roep er iemand in de bus "ik zie en aap". De bus stop voor een kleine baviaan. En voor apen geld het zelfde als voor schapen, als er een aap over de dam is........ Iedereen is wild enthousiast en moe maar voldaan keren we terug naar onze boten.

Ondertussen zijn we de boot reisklaar aan het maken voor de reis naar Assab. De bedoeling is 270 NM in een stuk af te leggen, omdat de wind zo langzamerhand vaker naar zuid draait en wind op de kop is geen pretje.
Het uitklaren duurt een tijdje omdat men de boot wil controleren op verstekelingen. Eindelijk vertrekken we, de reis verloopt rustig. Er kan gezeild worden maar tegen de avond moet toch de motor er bij aan. Verder hebben we de pech dat we stroming tegen hebben en in de nacht draait de wind naar het zuiden. Vroeg in de ochtend wakkert deze zuiderwind aan en zoeken we een beschut plekje.
De volgende dag proberen we het weer, helaas in de nacht neemt onze snelheid behoorlijk af, zelfs op motor. We besluiten met nog drie andere boten om in de loop van de dag een ankerplaats te zoeken als het weer erger wordt. Op het moment dat de wind toeneemt tot dertig knoppen gooien we ons anker uit in Ras Terma.
Wel jammer, we hadden nog maar twintig NM voor de boeg naar Assab.

Zandstormen, zandstralen onze boot en onszelf. We liggen nu al drie dagen verwaaid en het weerbnericht ziet er niet gunstig uit.
Maximum wind is nu zelfs 52 knopen over dek!
Met andere woorden: we liggen hier in Ras Terma nog wel een tijdje.