DECEMBER 2005

Sharm el Sheikh is nog erger dan de rest van Egypte, niets mag en alles moet in drie-voud worden aangevraagd. Dat maakt het leven er niet makkerlijker op, maar ja we hebben geen keus.

We gaan vandaag duiken in het Mohammet National Park met twaalf anderen van de rally. Met onze eigen duikkuitrusting zijn we op weg naar de duikboot. Mijn eerste duik verloopt alles behalve vlekkeloos. Uiteindelijk ga ook ik mee naar Shark-Yolanda reef, what's in a name.
:-)
De koraalmuren zijn mooi, er volop leven maar het kan niet tippen aan onze duiken in Bonaire. Ja, we zijn wel verwend wat dat aangaat.

De touringcar is in aantocht voor onze trip naar St Catharina klooster in de Sinai. Het kleinste aartsbisdom ter wereld, gesticht door keizer Justiniaus in de 6e eeuw. Dit klooster ligt mooi verborgen aan de voet van het Mozesgebergte (Mount Sinai). Niet alles is toegankelijk omdat er nog steeds zo'n vijfendertig monniken wonen. Op de achtergrond bevind zich de heilige berg waar Mozes de tafelen der wet met de tien geboden van God door heeft gekregen.
Ook brengen we een vluchtig bezoek aan het graf van Profeet Seth op een bedouinenkerkhof. Na deze twee totaal verschillende indrukken stappen we voor thee binnen bij een bedouinentent, waar de (oudere)jongere zich kunnen uitleven in de woestijn met het beklimmen van enorme zandduinen en rotspartijen. Het uitzicht is magnifiek met zijn zijn vreemde steenformaties en canyons.
We sluiten de dag af met en bezoek aan Dahab en terug in Sharm ek Sheikh bezoeken we nog een supermarkt om onze schepen te bevoorraden. Het was een moeilijke dag waarbij enkelen van de groep zelfs de tourguide overstuur hebben geholpen.....

Als we vertrekken naar Aquaba verloopt de reis naar El Kura alles behalve soepel, hoge golven, wind op de kop. We beuken er tegenin. JoHo lijkt wel een onderzeeer. Alles is nat, niet alleen de binnenkant maar ook wij zijn goed nat.
Tegen de avond zien we de lichten van onze ankerplaats. Iedereen ligt al, alleen Le Crabe en de JoHo zijn nog onderweg. Als blijkt dat Le Crabe geen motor en gescheurd grootzeil meer heeft en bijna op het rif loopt, besluiten we om te keren en ze te helpen door ze weg proberen te slepen.
Alleen, een lijn gooien in deze zee valt nog niet mee, je moet uitkijken dat de masten elkaar niet raken. Als wij als kleine boot proberen met de Le Crabe (een 38-voets 12 ton zware boot) vooruit te komen gaat dit niet van harte, ook nog eens met zware zee en wind op kop. Gelukkig komt na enige tijd hulp van de motorboot Lady Coppelia, welke de sleep uiteindelijk overneemt.
Het is al middernacht als wij ons anker uitgooien. Dankzij Carla van de Odulphus krijgt John toch nog een warme hap. Hartelijk bedankt hiervoor Carla !

Dezelfde marteltocht hebben we een paar dagen later naar Talabay. We vertrekken als eerste en komen de volgende dag als een van de laasten aan. We staan nog niet op de kant of er staat alweer een officiele lunch op het progamma. De persconferentie hebben we net gemist, tja that's life.
Talabay is een nieuw resort, zo eentje die je in glossy magazine tegenkomt. Een beachclub, zwembaden met uitzicht op zee, nieuwe condo's. Alles even mooi, je waant je in een sprookje van 1001 nachten. We liggen op stand.
Dezelfde dag bezoeken we Aqaba, een gemoedelijke stad. Vooral na alles wat we in Egypte hebben meegemaak. Hier kan je rustig op straat wandelen zonder dat men je lastig valt. Mensen zijn vriendelijk en vrolijk. We voelen ons hier meteen thuis. Later zal blijken dat Jordanie best een arm land is.

We verlaten de luxe voor een paar dagen Jordanie, onze rugzakken staan al in de bus. Deze brengt ons als eerste naar de Wadi Rum. Bij aankomst blijkt er niets geregeld te zijn, een misverstand zal later blijken. We splitsen ons, John gaat de formaliteiten regelen en ik neem de groep mee naar een info film over de woestijn Wadi Rum. Daarna is er koffie.
Als alles op de rit staat kiezen we een vijf uur duren jeepsafari door Wadi Rum. De jeeps crossen door de woestijn met zijn zandzuilen rotsformaties en betoverende kleuren. Vooral het spelen in deze inmense zandbak brengt bij velen het kind in zich terug. Een zeer succesvolle dag.
In de avond arriveren we bij het hotel Al Anbat in Wadi Musa (nieuw Petra). De kamers zijn geweldig er staat een uitmuntend buffet te wachten. Iedereen is in opperbeste stemming.

Dag twee rijden we met de bus over de King's highway naar het Shobak castle waar we helaas niet in kunnen. Men is het fort aan het restaureren.
In Kerak castle krijgen we wel een rondleiding. De gids vertelt over het onstaan, door Frank Adelige Payen de Boutielier is het gebouwd en in 1136 werd de plaats met het fort de hoofdstad en Bisschopszetel. Het fort met zijn hoge citael neemt het volledige plateau in beslag en bestaat uit kleine vertreken, hallen en een labyrint van galerijen en geheime gangen tussen torens en muren.
Na de bezichtiging vertrekken we naar de Dode zee.

Het water uit de Dode zee bestaat voor 27% uit zout, wat tien keer zoveel is bij normaal zeewater. Hierdoor blijft je ook drijven in het lauwarme olieachtige water. John laat dat erg leuk zien. Er is hierdoor ook geen leven mogelijk, vandaar de naam Dode zee.
Als we arriveren zien we ook een andere kant van Jordanie, als we uitstappen komen we letterlijk op een vuilnisbelt terecht. Resten van eten, uitwerpselen, plastic. Dit alles omgeven door zwermen vliegen. Ik ben niet gauw onder de indruk van rommel, maar hier zijn geen worden voor.
Een aantal mensen zijn ook ontevreden en veroorzaken ruzie. Onze gids die fantastisch was heeft nog nooit zo iets mee gemaakt in zijn vijfentwintig jaar als gids. Het zijn altijd dezelfde personen die problemen maken, laten we maar voor ogen houden dat je niet iedereen gelukkig kan maken.

Dag drie en vier is Petra aan de beurt. Eindelijk, dit staat al zo lang op onze verlanglijst. We betreden de ruine van de Nabateense stad vrij vroeg in de morgen, er zijn nog heel weinig mensen op de been.
Zo wandelen we de verlaten Siq binnen, een kloof van vijf meter breed en aan weerszijden met tachtig meter hoge wanden in zandsteen in meeste prachtige kleuren. Aan het eind van de Siq bevindt zich het beroemste gebouw van heel Petra, het Khazneh Faraun graf oftewel het Farao's schat graf. De eerste glimp is zacht roze van kleur, de uit de rotsen gehouwen gebouw is onbeschrijvelijk mooi. Vooral als de zon langzaam opkomt, de kleuren veranderen dan van zacht naar hard roze.
Als we verder lopen krijgt John een acute aanval van nierstenen, zo erg dat ik besluit hem met een ambulance uit Petra weg te laten voeren. Voor John een hellerit in een terreinwagen op een onverharde weg op weg naar het hotel. Als John eenmaal in zijn kamers is en medicijnen heeft, ga ik de rest afhandelen. De ambulance is al weg, een de kosten zijn nul komma nul.

Dag vier wagen we het opnieuw, ik ga met de eendaagse groep die speciaal uit Talabay zijn opgehaald naar Petra en John gaat later op de dag in eigen tempo. Ik trek de hele dag op met Marijke en Eeltje.
Samen klimmen via een bergpaadje omhoog naar Ed Heir het zandkleurige klooster in de zelfde stijl gebouwd als het Khazneh Faraun graf. Buiten deze highlights is er nog zoveel te zien, onvoorstelbaar wat ze in 1000 voor Christus wel niet konden bouwen.
Het waren prachtige dagen in Jordanie zeker de moeite waard om Petra eens in je leven te zien.

De dagen in Talabay slijten we met zwemmen, rommelen en opruimen. En af en toe hebben we iets speciaals tussendoor zoals de receptie bij de Nederlandse Ambassadeur Gajus Scheltema. Hij heeft iedereen van de rally uitgenodigd.
Ook de Nederlandse Ambassadeur van Irak met zijn dochter is aanwezig. Zij zijn in Jordanie op vakantie. Buiten dat we een geweldige ontvangst hebben gehad heeft de ambassadeur veel voor ons geregeld voordat we naar Jordanie kwamen. Niets dan lof voor deze man.
Verder staat er nog een BBQ op het programma, een duurkoop als we het achteraf bekijken maar je kunt niet alles hebben. Voordat we het weten is onze tijd alweer om dit luxe paradijs en nemen we afscheid van de mensen die onze tijd hier aangenaam hebben gemaakt.

Zo'n tien nautische mijlen verderop ligt Eilat, hier liggen we in de innerharbour omringt door hotels. We liggen goed en wel of John's ouders arriveren.Tot kerst benutten we de tijd met bijpraten, kado's uitpakken, koken vor het kerst menu, lekker wandelen door Eilat.

Kerst breekt aan, de eerste dag gaan we naar de Escape. Om vijf uur begint het met borrelen en daarna wordt in etappes het eten opgedient. Met negen man brengen we de avond door. Tegen twaalf uur rollen we moe maar voldaan ons bedje in.
Aan het eind van tweede kerstdag is er een bijeenkomst om samen internationale kerstleideren te zingen met (na afloop) een borrel. Net als de andere dagen is het steenkoud. Iederen is na twee uurtjes goed verkleumd.

Na kerst reizen we met Toos, Leo, Chris en Tineke met onze huurauto door het Holyland naar Jerusalem. Als we door Hebron rijden worden we door Palestijnse jongeren met stenen bekogeld. De auto heeft een lichte beschadiging op gelopen.
Na dit vreemde avontuur, wat onze gevoelens voor de Palestijnen zeker niet positief beinvloed bezoeken we het Yad Vachem Holocaust museum.
Dit sobere museum laat zien hoe de Joden zowel voor als tijdens en na de WO II leefden. Niets blijft je hier bespaard, we zijn er stil van. Na vier uur lopen we diep onder de indruk terug naar de auto.

We checken in het hotel in en snellen daarna de stad in. Ons hotel ligt tien minuten lopen van de oude stad. Het oude Jerusalem bij nacht is erg impossant, de nauwe straatjes en de Via Dolores waar Jesus met het kruis op zijn rug naar zijn veroordeling liep. Nog even naar de klaagmuur, waar men op dit tistip volop aan het bidden is. Na al deze indrukken vallen we (vredig) in slaap.
Een goed ontbijtje geeft ons de energie om via een andere route door de oude stad te lopen. Vandaag lopen we ook over de vestingmuur, dit heeft weer een ander beeld op de stad. Na een prachtige wandeling buitenom door een moslimbegraafplaats, probeer ik om in de
Al-Aqsa moskee te komen. Ik wordt van het kasje naar de muur gestuurd. Men zou toch trots moeten zijn dat ook niet moslims interesse hebben in hun geloof. Dat is trouwens wel anders met de kerk, die zijn allemaal toegankelijk voor iedereen.

Na de wandeling rijden we dwars door Islamitische wijken rondom Jerusalem naar de Dode zee. We stoppen halverwege voor een pauze en een duik. John's ouders hebben geluk, het weer is hier warm en zonning.
We genieten van een typisch Hanukkah gebakje. Hanukkah is het lichtfeest, er staan in heel Israel kandelaars met negen kaarsen die in negen dagen worden ontstoken, de laatste wordt op Nieuwjaarsdag ontstoken.
Laat in de avond komen we terug in Eilat.

De derde huurdag van de auto rijden we zo'n slordige tweehonderd kilometer naar de berg Masada. We gaan met de kabelbaan omhoog. Masada is het laatste bolwerk waar nog Joden zitten. De Romeinen vervolgen de Joden als ze niet willen bekeren. En zo kiezen ongeveer 1000 Joden in 70 v.C. ervoor om te sterven.
Hun keuze is liever te sterven in vrijheid dan te leven om als slaaf te worden gebruikt door de Romeinen. Weer erg indrukwekkend te zien waar mensen toe kunnen komen.
Voor Chris en Tineke en ons is het de tweede keer dat we hier zijn, maar het blijft indrukwekkend. John en ik lopen na afloop via een pad naar beneden waar de rest op ons staat te wachten, de ouderen namen de kabelbaan.
Het is tijd om terug te gaan.

De twee laatste dagen van het jaar besteden wij als werkdag, met op oudjaarsdag even een pauze om oliebollen te eten die Leo en Jits hebben gebakken voor de hele groep. John's ouders zijn naar Petra (Jordanie) geweest en zijn later op oudjaarsdag terug.
Tegen de avond maken we ons op voor het nieuwe jaar, we gaan l
ekker uit eten met een grote groep en daarna is er vuurwerk.
Voor iedereen die onze website leest; EEN GOED EN GEZOND 2006 TOEGEWENST.