JULI 2005

Het is windstil, de zee ziet eruit als fluweel. In de verte zien we iets bruins drijven, het komt steeds dichterbij. Als het eindelijk binnen gezichtsafstand is zien we dat het om een zeeschildpad gaat. Het beest schrikt van ons en zwemt gracieus de diepte in.

Rustig varen we Kladharidi binnen, een vissersplaatsje met een strandje op Fourni. De JoHo wordt hier aan de kade gelegd. Het is goed warm zonder wind, we kijken wie het eerste in het water is. Na het zwemmen lopen we langs het strandje waar we Nederlanders ontmoeten die hier een vakantiehuis hebben. Zij vertellen dat Fourni-stad, twintig minuten lopen is. Het wordt een warme scenic wandeling. Eerst ophoog richting windmolens om vervolgens langzaam over een binnenweggetje naar beneden te gaan. Het is een leuk klein stadje wat je gelijk een vakantiegevoel van krijgt. Hier serveren ze trouwens Amstelbier en dat levert wel meteen pluspunten op.

Vroeg in de ochtend worden we door een swell gewekt, we staan zo snel mogelijk op om te vertrekken. Swell betekent hier wind van de verkeerde kant, we liggen dan aan lagerwal en open, dus wegwezen.
Met een mooi windje wordt het toch maar weer Turkije. Net als drie jaar geleden belanden we in Alacati, toen nog een gratis marina. Nu moeten we onderhandelen over de prijs. Dit is wel de aangewezen plaats om de boot onderhanden te nemen. De dieseltank zweet door en dit moet gerepareerd, ook wordt de JoHo van binnen en buiten geschrobt.

Ondertussen hebben we ook kennis gemaakt met onze achterburen, Hoite en Mary van de Beau IV uit Rosmalen. Zij wonen 5 huizen verderop van John's ouderlijk huis. Wat kan de wereld toch klein zijn. De dagen dat we in Alacati liggen houden we gezellige onderonsjes. Na het dichten van onze diesel tank wordt het toch maar weer eens tijd om te vertrekken. We nemen afscheid van de Beau IV en zeilen lekker naar Pasha Island waar we een nachtje blijven.

Op naar Lesbos, helaas laat de wind het grotendeels afweten. Dat wordt ruimschoots goed gemaakt door de aanwezigheid van dolfijnen. Erg aandoenlijk als ze vreemde capriolen voor de boot uithalen. Eind van de dag varen we een binnenmeer op Lesbos binnen. Alles is hier zo ontzettend groen, dat hadden we niet verwacht. Na wat rondvaren vinden we eindelijk een ankerplaats, het verdient wel niet de schoonheidsprijs maar het is wel een all-round shelter. Het wordt maar een nachtje, de stank is niet te harden.

Bij vertrek laten we de wind bepalen wat het verder wordt, WNW wind, richting Oost dus. We gaan naar Mitilini de hoofdstad van Lesbos, waar we ook maar meteen onze papieren voor Griekenland regelen. Het levert god zij dank geen problemen op, we hebben het wel eens anders gehad. Mitilini is het beste te omschrijven als een drukke gezellige italiaans aandoende stad met veel scooters en de terassen met Frappé (koude koffiedrankje). Buiten het bevoorraden van de boot genieten we met volle teugen van de stad. Maar doordat er geen wind staat is het niet te houden zo heet, na twee dagen vertrekken we weer, op zoek naar een verkoelende ankerplaats.

De baii die we vinden ligt weer aan de Turkse kust, bij Kalem Adasi. Bij binnenvaren van de baai worden we hartelijk verwelkomt door de Silent Wish, waar we 's avonds onder het genot van een borrel bijpraten. Na dit korte weerzien nemen we afscheid van elkaar. Zij gaan verder, wij blijven nog een aantal dagen liggen, lekker genieten van wat lezen, zwemmen en snorkelen.
Als John ons afval wegbrengt komt hij terug met een uitnodiging voor een drankje bij de eigenaar van Kalem adasi. Laat die middag gaan we op bezoek, we krijgen een rondleiding door het prachtige zelf gebouwde huis. Zijn vrouw trakteert ons vervolgens op thee en ingemaakte abricoosjes met amandelen, het restant krijgen we mee voor op de boot.

Tijd begint te dringen en we vertrekken. Familie van John komt namelijk in Foca, en wij hebben nog maar een week de tijd. We maken een tussenstop van een dag in Candarli, waar we de boot achterlaten op anker om boodschappen te doen. Kleine dingen als vlees en brood proberen we zo vers mogelijk te kopen en te bewaren. In deze baai wordt onze grootste angst waarheid, bij terugkomst zien we dat de JoHo is afgedreven door een krabbend anker. Hij dobbert richting een rots-eiland. John klampt de eerste beste vissersboot aan (onze dinghy heeft de buitenboord motor niet op) en vervolgens gaan ze met een gang naar de JoHo. Gelukkig zijn ze op tijd, motor starten, dertig meter ketting met het handje binnen trekken. In de tussentijdzet ik onze boodschappen in de dinghy. Als de JoHo weer voor anker ligt ga ik roeiend (niet zo'n succes) naar de boot. Eind goed, al goed. Het zet je wel aan het denken, zwaarder ankergerei lijkt nodig.

We weten niet hoe snel we de volgende dag naar Yeni Foca moeten komen, maar eenmaal voor anker krijgen we een belletje uit Nederland. Door omstandigheden gaat de reis naar Turkije voor John familie niet door. We wensen ze heel veel sterkte.
Yeni Foca blijkt een Turks vakantieplaatsje te zijn, hier ontmoeten we een Nederlands-Turks gezin uit Purmerend met hun veertien maanden oude zoontje. Gezellig open babbelen over van alles. Hierbij bedankt voor de thee en de gezelligheid.

Onze plannen zijn ondertussen aangepast en na een heftige zeildag belanden op Khios (Griekenland), moe van de dag kruipen we er vroeg in. Na een goede nachtrust motoren we de gehele ochtend en ter hoogte van een schipbreuk op het punt van Khios krijgen we weer wind. Met een gereefd grootzeil en genua gaan we de nacht in, tot vroeg in de ochtend staat er een behoorlijke bries. We lopen zo'n vijf knopen. Het laatste stukje naar Gavrion valt alle wind weg en word het motoren.

We zijn op Andros, dit is een kaal eiland en eigenlijk niet noemenswaardig. Binnen twee uur zijn we weer weg uit Gavrion, de ferries zorgen hier voor een verschikkelijke overlast, zo erg zelfs dat het gevaarlijk voor de JoHo wordt. Zeilend vinden we 10 Nm verderop een ankerplaats, uitgeblust blijven we liggen.

Met een flinke wind zeilen we langs de kust van Andros naar beneden. In Tinos stad, het Griekse Lourdes, worden we op de Griekse vriendelijkheid getrakteerd We hebben een figuurlijke aanvaring met de waterman, hij vind dat we maar ergens anders aan de kade moeten aanleggen. De reden is dat hij zijn waterslang wat verder moet uitleggen als we op deze plek blijven. Geen denken aan we blijven liggen waar we liggen. In Tinos stad is het een drukte van belang. Ferries komen en gaan. In de avond flaneren de grieken langs de kade, lekker mensjes kijken onder het genot van een wijntje op je eigen boot, wat wil je nog meer.
Wij brengen en bezoek aan de kerk van de heilige maagd Maria. Even een korte uitleg: in 1822 verschijnt Maria aan een non op het eiland. Volgens de verschijning lag er een heilig icoon begraven op de plek waar nu de kerk staat. De non vind na een jaar het icoon. Het icoon verricht wonderbaarlijke genezingen. Ieder jaar komen duizend pelgrims naar dit Griekse Lourdes, zij kruipen vanaf de onderkant van de heuvel naar de top waar de kerk staat. Door deze ontbering kom je dichter bij God te staan....
Oh
ja, het is een prachtige kerk om te zien. Buiten de beroemde kerk heeft Tinos ook een gezellig centrum, kleine knusse straten met wiite huizen met blauwe dakken en vensters.Hier liggen we dus een aantal dagen verwaaid, geen straf voor ons. Buiten lekker slenteren onderhouden we wat contacten met andere boten. En de wind zorgt voor voldoende koeling. Er is een minpuntje, we waren bijna onze BBQ kwijt. Bij binnen varen ramde een engelse boot onze BBQ er bijna af. Hij is gemaakt maar zal nooit meer dezelfde zijn.
Vroeg in de ochtend (07.30) worden we gewekt door een fanfare, een processie met het icoon van de heilge maagd Maria gaat onder luid applaus door de stad. Wij zijn in een keer goed wakker, maken alles klaar en vertrekken op motor(de accu's moeten bijgeladen worden) naar Delos. Het heilige eiland waar Apollo is geboren en waar het Orakel leefde. In 166 b.c. was het een handelscentrum, uit die tijd stammen de vele gebouwen. In Delos mag je alleen op de dag ankeren en bij aankomst blijkt de ankerplaats niet al te denderend. John blijft aan boord, ik ga de site bezoeken. Er staat nog veel overeind maar alles verkeerd in slechte conditie. Ook nu nog vinden er opgravingen plaats. Na een vluchtig bezoekje vertrekken we naar een baai op Paros. Ook hier blijven we niet lang.

In Mirsini hebben we het naar ons zin. Dit ligt op Skhinoussa, een lieflijk klein eilandje waar alleen maar Griekse boten en toeristen naar toe gaan. We snorkelen en zwemmen, in de avond als het niet al te warm is maken we een wandeling naar het stadje boven op de berg. Van hieruit heb je een prachtig overzicht op de rest van het eiland. Hier slapen we voor het eerst buiten op het dek. Rond twee uur in de nacht worden we gewekt door het binnenvaren van een ferry. Respect voor de stuurman. Zo'n grote boot wordt in een mini haventje toch rustig aangelegd.

Na een paar dagen vertrekken we weer naar Amorgos, er komt slecht weer aan. Voor die tijd willen we zeker goed op een ander eiland liggen. Helaas voor ons, het slechte weer komt wat eerder en de rit naar Armorgos valt niet mee.
Bij aankomst in Katapola baai zien we dat de haven aan lagerwal ligt. Gelijk maar op zoek naar een andere plaats in de baai. Het wordt een klein betonnen visserssteigertje. We hebben nog zo'n 0,3 m onder de kiel. De mensen in het water kunnen naast onze boot gewoon staan, wat ik een raar idee blijf vinden.
Het slechte weer trekt nog meer boten aan. Een groot motorjacht is nu onze buurman, en we worden door de kapitein uitgenodigd voor een rondleiding op het schip. Nederlands fabricaat trouwens (hoezo is chaufinisme ons vreemd).

We liggen een aantal dagen verwaaid in Armorgos. We maken gebruik van de tijd door een scootertje te huren en op de scooter het hele eiland te verkennen. Het indrukwekkenste is toch het klooster in de rotsen. Maar de stijl aflopende kliffen maken ook indruk. Zeker de moeite waard. We eindigen de dag met een wandeling terug naar de boot, waar we moe en vol van de opgedane indrukken meteen als een blok in slaap vallen.