Februari 2002

 

Voor John wordt dit zijn eerste kennismaking met Turkije. Anders dan in het buurland zijn de Officials hier wel erg vriendelijk en behulpzaam.

We zijn na een mooie tocht aangekomen in Marmaris, waar we aan de stadskade liggen. Een stuk goedkoper dan de marina, maar wel erg lawaaierig. Marmaris is van een dorpje uitgegroeid tot een behoorlijke toeristenstad.

 

Na dit dorp bekeken te hebben verkassen we de volgende dag naar de andere kant van de baai. Hier blijven we een paar dagen voor het schoonmaken van de buitenkant en alles goed af te lakken waar dat nog nodig was en waar we in Kalamata geen tijd meer voor hadden of het te koud voor is geweest.

Nu laat het weer zich met een 23 graden ook als wat behaaglijker omschrijven. Met onze dinghy varen we naar een nieuwe marina in de buurt en kopen daar dagelijks vers brood.

 

Hier ontmoeten we ook Ans en Willem van de boot Ghost. Zij hebben voor ons 50 meter anker ketting van 10 mm. Als wij die uit hun boot willen halen mogen wij het gratis meenemen, Willem zit namelijk met rugproblemen.

THANKS FOLKS !

 

Als al het schilderwerk is afgerond vertrekken we naar Gocek. Dit valt niet mee, voor het eerst sinds weken hebben we regen en er steekt een behoorlijke wind op….. uit de verkeerde richting, zoals altijd. Als we uiteindelijk aankomen in Kapi Creek (baai van Gocek) liggen we daar als enige boot. Het seizoen is nog niet begonnen.

De volgende dag zeilen we op ons gemak naar Ruinbay, bekijken de oude ruine (originele naam) en vertrekken naar Tombbay. Je raadt het al, wij gaan daar oude graftombes bekijken.

Later in de week doen we het dorp Gocek aan, waar we een rondje lopen en besluiten verder te varen naar Fethiye. Betere bevoorrading daar.

In Fethiye (baai) blijven we een paar dagen. We gaan opzoek naar Yamaha onderdelen (voor de dinghy), eten lokaal erg goed voor erg weinig en bevoorraden onze boot.

We besluiten terug naar Gocek te gaan om ons na lang wikken en wegen in te schrijven voor de EMYR 2002. De brochure spreekt ons wel aan. De route is precies wat we willen zien en de race blijkt een tour-recept te zijn, geen haast volgens de folder. In het huidige politieke klimaat lijkt het ons beter om de plaatsen als Syrië en Libanon georganiseerd aan te doen.

 

De nieuwe marina in Gocek is erg luxe. Alles erop en eraan. Na al die luxe zwerven we weer door de baai van Gocek, van ankerplaats naar ankerplaats omgeven door mooie ongerepte natuur. Dit is echt een hele mooie mini-cruising ground. We maken plannen om langzaam richting Istanbul te varen, waar de EMYR zal starten.

Ook willen we dit zeker hebben gezien.

 

Op volle zee krijgen we controle van de Turkse kustwacht, een standaardcontrole. Zo standaard dat ze niet op onze boot willen komen met deze golven. De kapitein wordt gesommeerd aan boord van de kustwacht te komen met alle papieren. Wat een helden die mannen. Dus zo gaat John met een reuzesprong (het gaat zo’n 2 meter op-en-neer) aan boord van de kustwachtboot.

De maanden december, januari, februari en maart zijn de stormmaanden in de Med, en daar weten wij intussen alles van.

 

Ook in Bozburun liggen we een paar dagen verwaaid. Het went. Voordat we Datça aandoen ankeren we nog op wat plaatsen. Bij aankomst in Datça breekt de hel los. Het storm behoorlijk en regen valt met bakken uit de hemel. We zijn door en door koud, alles is drijfnat en tot overmaat van ramp is er eenmaal in de haven aangekomen eigenlijk geen plaats meer voor ons. Toch weet John ons nog met hekanker en boeglijn tussen de kleinere vissersscheepjes te wurmen. Tijd voor een warme hap.

Datça is een gezellig stadje waar Turkse vriendelijkheid overal te vinden is. Na de storm en een paar dagen rust vertrekken we. We willen het oude Knidos aan doen, maar de wind staat tegen, we stranden in Palamut waar men geen toeristen kent. We liggen in een gemoedelijk vissershaventje.

 

Na een nacht zijn we op weg naar Knidos dat bij aankomst niks meer dan een berg oude stenen blijkt te zijn. We varen door, tegen de middag leggen we in Bodrum aan. We gaan niet de gebruiktelijke marina in, maar liggen (hier illegaal) tussen de vissers. Die zijn daar in eerste instantie niet blij mee, maar na het zien van het blonde koppie van Jolan klinkt overal Hos geldiniz (welkom)….

Toch handig, zo’n matroos. J

 

In Bodrum was ook Jolanda nog nooit geweest en het valt reuze mee, al moet toegegeven dat we buiten het toeristenseizoen zitten. Vanaf de boot hebben we een prachtig uitzicht op het fort, dat we natuurlijk ook bezoeken. Nog even Mac’en voordat we Bodrum weer verlaten, want je weet maar nooit waneer je weer een Mac Donalds tegenkomt.