SEPTEMBER 2001

 

Barcelona, de stad van Gaudì. We hebben het gehaald (al dachten we daar onderweg wel anders over).

Al vroeg crossen wij met onze fietsen door Barcelona heen. Onbeschrijfelijk mooi. We bezoeken het Drakenhuis, Parc Güelle, Güelle Palace en sluiten de avond af met een bioscoopbezoek. De volgende morgen sjezen we op onze fietsen richting het station waar Lin en Lex met de trein aankomen uit Salou. Hier lopen de treinen wel op tijd en zijn wij dus te laat. Even bijpraten en daarna pakken we als echte toeristen de Bus Turistic. Onderweg stoppen we bij onze boot voor een biertje, waarna we weer dezelfde bus pakken naar La Sagrada Familia. Dit is zo indrukwekkend dat er geen woorden voor zijn.

Voordat je het weet is de dag al weer om, we nemen afscheid van Lin en Lex en keren op onze fietsen terug naar de JoHo. In de haven ziet het weerbericht voor de volgende dag er goed uit. Morgen gaan we weer weg.

 

We zijn Barcelona nog niet uit of er steekt alweer een fikse wind op, niet zo heftig als heen, maar toch is leuk anders. Het wordt uiteindelijk Fornells in Menorca waar we ons anker uitgooien, doodop van de reis. Ook ’s nacht wordt ons geen rust gegund, er steekt weer een storm op. Het lijkt er op dat het najaar vroeg begint.

De volgende dag blijven we ook maar liggen, tot de Spion belt met de medeling dat het weer er niet beter op gaat worden. Zij vertrekken de volgende dag richting Sardinie. Wij willen naar Corsica. Ook wij vertrekken, het weer is niet al te best maar de Spion heeft gelijk dat het er voor de komende tijd alleen maar slechtere berichten geeft. Er staan hoge golven en erg veel wind, we moeten afvallen en worden naar beneden gedrukt. Ook wij gaan dus naar Sardinie, al is dat noodgedwongen. Onderweg komen we een ophol geslagen boei tegen, een enorme jongen, John dacht eerst dat het een zeilboot was, “kijk nou, die idioot heeft z’n spinaker uit met dit weer!”….

Twee dagen later komen we in alle vroegte aan in Porte Ponte Romano, we gaan eerst voor anker, het is namelijk 04.00 in de morgen.

 

Porte Ponte Romano blijkt een leuk dorpje en we halen de Spion over om onze kant uit te komen, zij liggen namelijk iets achter ons in een winderige baai. Met vier boten liggen we uiteindelijk aan de kade. Samen met de Spion gaan we het dorp verkennen. De dorpsstraat is door een bomenlaan overkapt en de pizza’s zijn enorm lekker.

Vandaag staat de wereld op zijn kop, Jozef en Karin komen ons het slecht nieuws brengen. We zetten de TV aan en zien tot onze ontzetting op RAI Uno dat het WTC er niet meer is, het is 11 september 2001. Die ingrijpende beelden van de vliegtuigen die zich in de torens boren, onbegrijpelijk.

Onze aandelen zijn meteen aan het dalen, hoe lang kunnen we nu nog wegblijven? Deze dag zal iedereen zich blijven herinneren.

 

We gaan naar de baai Malfatano, waar we op de Spion voor anker gaan kaasfonduen. De nacht is vol sterren en het water schittert onder onze ogen. Na de nacht vertrekken we naar Cagliari. Aan de kade liggen de JoHo en Spion gebroederlijk naast elkaar. Hier blijven we een paar dagen. We bezoeken deze stad met veel historie en krijgen veel bezoek van militaire boten. Een uitvloeisel van de aanslag. Alles is in hoogste staat van paraatheid gebracht. Het geeft je een onwerkelijk gevoel.

Samen met de Spion vertrekken we, maar nog voor de middag moeten we uitwijken omdat er een gale waarschuwing is afgegeven. In de haven van Fotezzi Veccia schuilen we, en niets te vroeg, in no time stormt het behoorlijk. Twee dagen blijven we hier liggen voordat we onze tocht richting Sicilië voortzetten.

 

De overtocht naar Sicilië is geweldig. We kunnen de hele tocht zeilen, wat uitzonderlijk is voor de Med. Na anderhalve dag leggen we ’s avonds in het donker naast de Spion aan, die voor anker ligt bij Isola Lavanzo. Nog even bijpraten en dan naar bed. Dit soort overtochten zijn erg vermoeiend.

In de ochtend ontbijten we samen met de Spion en vertrekken daarna. We zijn amper weg of er is alweer een gale waarschuwing. De dichtsbijzijnde haven is Trapani, waar we ha(r)telijk worden ontvangen. We zijn niet bepaald welkom, en ze hebben ons nog niet eens goed gezien!. We schuiven aan bij plaatselijke vissers, de storm blijft gelukkig uit.

 

De volgende ochtend vertrekken naar Marsala. Ook wel bekend om zijn drankje. Een mooi stadje met vriendelijke mensen. Wij gaan op zoek naar boileronderdelen en belanden bij deze tocht uiteindelijk via-via bij ene Don. Helaas kan ook deze invloedrijke man ons niet verder helpen. Maar de ervaring was gewelding.

De andere dag krijgen van lokalen de waarschuwing onze boten te verplaatsen want er is een Sirocco (storm) op komst. Laat in de middag verplaatsen we onze bootjes na aandringen dan ook maar naar de andere kant en dat is maar goed ook. De storm begint middernacht zoals de lokalen hadden voorspeld.

Onze boot en de Spion naast ons liggen goed, maar aan de kade waar we gelegen hebben is het goed mis. De wind staat pal op deze kant, waardoor de hele kade overspoeld is. We mogen die vissertjes wel dankbaar zijn.

Wij gaan in de ochtend naar het museum om vervolgens de proeverijen van Marsala te bezoeken. Erg lekker. Later op de dag is de storm een heel eind afgenomen en we gaan weer op weg. Er wordt een tussenstop in Secunte gemaakt waar nog restanten van oude Griekse tempels staan. Helaas kunnen we het er niet op wagen aan land te gaan met dit weer. Maar lekker zwemmen rond de boot maakt al veel goed.

 

Tijdens passeren van een kaapje raakt Jolan gewond aan haar arm door een klapgijp, ze kan de arm niet meer bewegen en heeft er behoorlijk veel pijn aan. Als we eindelijk Sciacca binnenvaren worden we uitgenodigd door de Spion, waar Karin zich over de arm buigt. Ook de volgende dag ziet het er niet al te best uit met de arm. Rustig aan zegt dokter John, niet bewegen (makkelijker gezegd dan gedaan op een boot) en vooral rustig blijven (wat voor mij ook niet meevalt). De kapitein beslist dat er wel wordt doorgevaren…

Vlak bij de haven van Licata raken we een vol olievat, maar we hebben een beschermengeltje. Gelukkig alleen maar een deukje ondanks de enorme dreun (de boot leek wel een grote gong).

In Licata verkassen we snel naar de kade die gratis is, dat scheelt weer een paar maanden. We hopen nog altijd op koersherstel, maar dat zit er waarschijnlijk even niet in. We liggen weer naast de Spion en besluiten de volgende dag Palermo per trein met een bezoek te vereren. Je kijkt je ogen uit, veel goud, kerken en imposante gebouwen in een anders erg armoedig decor. In de middag komen we Jozef en Karin per toeval tegen en dat in zo’n grote stad. ’s Avonds hebben we met de Spion een afscheidsdiner. Vroeg in de ochtend zwaaien we de Spion uit, zij gaan richting het vastland van Italie, wij daarentegen vertrekken eind van de ochtend naar Malta. Hier scheiden onze wegen.

 

Na een nacht doorvaren komen we tegen de middag in Valletta aan. We gooien ons anker uit en melden ons bij de douane. De katten vormen een probleem en we worden gesommeerd maandag terug te komen en dan horen we of we mogen blijven of niet. Valletta wordt door ons verkent en daarna gaan we vroeg naar bed om bij te slapen. Dat is ons niet gegund, heel vroeg in de morgen gaat ons stormalarm af. Nog geen half uur later steekt er een storm op, een windkrachtje negen en we krabben samen met vele anderen dwars door de baai, tot we plots prima vastliggen. John is benieuwd of we het anker ooit nog los kunnen wrikken, maar ik ben blij dat we niet meer richting de kade bewegen en dat ons nu wat rust is gegund.