JUNI 2001

 

De Kanaaleilanden staan bekend om het taxfree beleid, dat is duidelijk aan de prijzen af te lezen. Een dag later komen we bij een bootwinkel uit waar ze onderdelen voor Yanmar verkopen. We kopen de onderdelen die vervangen moeten worden, na een tip van de eigenaar over vervuilde brandstof (bacteriën, wist ik veel…hmmm dat wordt intussen een bekende regel) kopen we een of ander goedje om deze bacteriën uit de brandstof te halen. Op naar de boot waar John gelijk aan de slag gaat met resultaat dat de motor weer werkt.

Ondertussen zijn we te weten gekomen dat de mooring een prive mooring is van een bootmakelaar. Die blijkt weg te zijn dus blijven we gewoon liggen waar we liggen. Op zaterdag kuieren we wat door St-Petersport en besluiten om zondag een bustour over het eiland te gaan maken. We kopen bustickets en gaan lekker uiteten. Terug naar de boot blijkt het water erg hoog te staan en de dinghy ligt dus een eind in het water. Jakkes dat wordt natte voeten. Weet je hoe koud het water is. Ieselijk zouden de Brabanders zeggen.

Op zondag gaan we met de bus langs de kust en stappen regelmatig uit voor een bezichtiging, hapje en drankje. Nooit gedacht dat het zo heuvelachtig was.

Onderweg stoppen we ook nog voor een locale bezienswaardigheid, een mozaïek kerkje opgebouwd uit stukjes glas en tegels. Tja, je moet er van houden.

Tegen het einde van de middag stappen we in St-Petersport weer uit en de kroeg in. We kunnen met godsgratie nog een drankje bestellen, ze sluiten namelijk om vier uur (in de middag !). Niet te geloven. Na die tijd is dan ook werkelijk alles dicht.

Terug op de boot, wordt alles voorbereid voor het vertrek van morgen. Nog wat tabellen bekijken, hoe staat de stroming? Waneer is het hoogwater? Hoe laat moet de wekker gezet worden. Hoezo vakantie, het is bikkelhard werken op zo'n boot. En uitslapen is er ook niet bij.

 

Om vijf over zeven in de ochtend vertrekken we op zeil. Het gaat best aardig. Ondanks de wind die er staat hebben we een spiegelgladde zee. In de loop van de dag neemt de wind af. Toch een voorbode. We halen Roscoff (Frankrijk) niet en besluiten door te varen naar Brest (Frankrijk). In de nacht verandert het weer en steekt er een behoorlijke wind op met veel regen en het is behoorlijk guur. Jolan is samen met Storno behoorlijk zeeziek, niet echt leuk.

Jolan kruipt in het vooronder samen met Grover. Opeens springt Grover in paniek van het bed en mauwt klaaglijk. Er klinkt een bonk. Jolan springt zo snel ze kan het bed uit. Op dat moment roept John. Wat blijkt, hij heeft de vuurtoren in de verte aangezien voor een boei en nu zitten we in een fout gebied met rotsjes. Zo te horen hebben we er ook een geraakt. Flinke stress, gelukkig steken we niet veel en daardoor komt het uiteindelijk toch goed. Na veel inspanning komen we eindelijk na een lange aanloop in de baai van Brest (Frankrijk). Intussen is het al avond en zitten we stuk. Als we het anker uitgooien wordt het tijd voor een van onze struikmaaltijden, zuurkool en hutspot. Misstaat niet bij dit weer en best lekker. We kruipen er vroeg in.

 

Er is niets veranderd als we opstaan, het weer is nog steeds hetzelfde. We besluiten er een grote schoonmaakdag van te maken. Alles is gecontroleerd en schoon. Ondertussen is het avond en gaan we met onze dinghy naar de kant om wat te eten. Het dorp is uitgestorven. Uiteindelijk vinden we een kroegje, helaas kunnen we daar niets eten maar onder het genot van een wijntje (je bent wel in Frankrijk) spelen we spelletje pool. Wij zijn die avond de enige klanten. Na wat wijntjes peddelen we terug naar de boot en flanst Jolan een maaltijd in elkaar. 's Avond nog wat lezen en dan slapen.

In de morgen, het is inmiddels 7 juni, halen we het anker in om naar de haven van Brest te zeilen. We hebben wind en buiten het natte weer is het zeilen best lekker. In de haven tanken we diesel en lopen richting centrum. We komen niet ver want het valt nu echt met bakken uit de hemel.... Dan maar op zoek naar een tentje om te schuilen. We vinden een trendy eettentje in de Marina. De prijzen vallen mee en het eten is lekker plus warm. Na al die kou kan je wel wat warms gebruiken. We bespreken wat we verder gaan doen. Na het eten zeilen we terug naar ons ankerplaatsje..

 

Troosteloos en koud dat is het onderweg naar Loctudy. We worden een tijdje begeleid door twee grijze dolfijnen. Ze zijn best groot en geven je een vrolijk gevoel. Tegen de tijd dat we Loctudy naderen klaart het weer wat op, een waterig zonnetje breekt door. Eind van de middag komen we in Loctudy aan, we pakken een mooring en zien wel of we er voor moeten betalen of niet. Op naar de kant want er moet weer boodschappen worden gedaan, we hebben niets vers meer aan boord.

Loctudy is ook weer zo'n typisch Fransdorpje met een klein slagerijtje en een bakker. We slenteren door het dorp voor de boodschappen en kopen wat kaarten voor het thuisfront als onze blik valt op een kaart van Iles des Glénan. Daar wil ik heen. John zegt dat we dan eerst maar eens moeten uitzoeken waar het precies ligt. Helaas hebben we er geen gedetailleerde kaart van maar besluiten het morgen toch te proberen. Aan de andere kant van Loctudy ligt Ile Tudy, daar gaan we eten. Jammie, nog even uitbuiken en na een wandeling op Ile Tudy terug naar de JoHo. Er staan veel vervallen villa's langs de kant. Schijnbaar wil niemand ze opknappen.

 

Vandaag proberen we naar Iles des Glénan te komen. Spannend. Het weer is prachtig en we hebben alles mee. In de verte komen de eilanden in zicht. Gelukkig vaart er een zeilboot voor ons. Volgen maar, we steken niet diep. Zo arriveren we voor het grootste eiland en pikken we een mooring op. By the way onze volgboot blijkt een Feeling te zijn, zo’n zeilboot met een intrekbare kiel. Even slikken.

Voor het eerst in bikini de kant op. Het eiland heeft een prachtige strook wit strand die bij hoog water onderloopt. Het water is nog wat aan de koude kant, er wordt niet veel gezwommen. We wanen ons in een bountyparadijs, alleen de palmbomen ontbreken nog. Je mag niet overal komen, het smalle gedeelte is prive-terrein waar je niet mag wandelen. Met de dinghy varen we om het eiland heen en leggen aan bij een restaurantje. Veel Franse toeristen komen hier voor één dag met de veerboot vanaf het vasteland. Het zelfde idee als bij ons de Waddeneilanden. Lekker gebruind varen we terug naar de JoHo, als je ons bootje zo ziet liggen zijn we best trots.

Wij zijn amper aan boord als er een flinke wind opsteekt. Het wordt zo erg dat we niet durven te gaan slapen. Andere boten besluiten naar de andere kant van het eiland te varen. Ook daar liggen mooringen. Nu het nog een beetje licht is besluiten wij dat ook te doen. We hebben nog altijd geen kaarten van dit gebied en volgen dus de andere boten.

Aan de ander kant zijn nog een paar mooringen vrij. De eerste keer aanleggen mislukt door de harde wind. Jolan wordt aan het roer gezet en dat werkt beter. We liggen. Dat wordt slapen als een os.

 

Ondertussen is het al 10 juni, en wij zijn weer op weg. Dit keer naar het volgende eiland waar we wel kaarten van hebben. Trouwens Iles des Glénan is een aanrader als je in de buurt bent, echt schitterend.

Het is wederom een prachtige dag, de JoHo zeilt in een rustig tempo naar Belle Ile (het mooie eiland). Rond vieren arriveren we in Belle Ile. De sluizen naar de innerhabour zijn dicht tot laat in de avond. We pakken een wacht-mooring en intussen wordt het zo druk dat er een mooring tekort ontstaat. Boten stapelen gaat een beetje moeilijk maar aan elkaar vastleggen wel. En zo heb je ineens een buurman. We pakken onze dinghy, anders komt je niet aan de kant. Wie hoogtevrees heeft kan hier ook zijn lol op. Het is laag water, we moeten een heel eind omhoog klimmen. Brrrr.

Als eerste bezoeken we de citadel. Zo te zien is het een en ander gerestaureerd. Het is helaas gesloten maar we mogen wel buiten rondlopen. Dat doen we dan ook, het heeft een prachtig uitzicht over zee. Zeer strategisch gebouwd. Wandelen maakt hongerig. Het wordt pizza op de vuist.

We lopen nog even door het drukke toeristische centrum. Bijna alle toeristen komen uit Frankrijk.

Terug op de boot bekijken we onze plannen. Morgen wordt het Ile d'Yeu. Vervolgens naar La Rochelle waar John's ouders komen. Tijd dringt.

 

De tijd vliegt en voor we het weten zijn we bij ons volgende eiland. Dit keer moeten we echt een haven in. Dat wordt betalen. Het is hier minder gemoedelijk als op Belle Ile, maar ze hebben wel een supermarkt. Als we ons georiënteerd hebben bekijken we wat er allemaal gedaan moet worden en maken een lijstje. Tegen de avond krijgen we een belletje uit Nederland: we hebben een petekindje, 10 juni geboren, FEMKE. Gelukkig is alles toch nog goed gekomen.

Na een goede nacht, verdelen we het werk. John gaat het schilderwerk onderhanden nemen en Jolan gaat per fiets de boot bevoorraden.

Alleen boodschappen doen kost enorm veel tijd, niet te vergelijken met thuis. Na drie keer op en neer te zijn gekacheld hebben we genoeg eten en drinken aan boord, nu nog het inruimen van die hoeveelheid boodschappen. Tegen de tijd dat Jolan alles heeft ingeruimd is John ook klaar met zijn verfwerkzaamheden. Lekker even relaxen doormiddel van een flinke wandeling. Tegen de avond na een druk dagje betalen we de haven en BBQen we op onze boot. Niet echt slim in een haven maar niemand zegt er wat van, gooi het vlees er maar op. Enorme rookpluimen sieren de lucht, ja dat is van onze BBQ. Heerlijk genoten.

 

Het is amper licht of wij zijn al weg, het wordt een hele trip naar La Rochelle. We gaan in een rechte lijn, dan zijn we zeker op tijd.

Laat in de avond komen we aan. Met de JoHo gaan we richting oude haven en niet naar de nieuwe marina. Een goede beslissing de scenery is geweldig. Bij aankomst blijkt er geen plek te zijn, dan maar aan de kopse kant van een steiger. Het is maar voor één nachtje en morgen zien we wel weer.

s' Ochtends worden we door een zonnetje gewekt. Tegen de tijd dat we klaar zijn met ons ontbijt is er een plekje vrijgekomen. Laten we nou net tegenover een andere Nederlandse boot komen te liggen. De Wiggle van Mike en Petra. We maken kennis en wat schets tot onze verbazing, ze zijn van dezelfde leeftijd en gaan ook minimaal een jaar zeilen. Dat schept een band.

Na onze eerste kennismaking gaan we druk aan de slag, de boot nakijken, een lijst maken wat we nog moeten doen of gaan doen. La Rochelle blijkt namelijk een walhalla te zijn van tweedehands bootartikelenwinkels. Je kunt het zo gek niet bedenken of ze hebben het. De kwaliteit is navenant best goed. Zo komen we bij een zeilmakerij terecht. Onze gescheurde genua wordt daar voor een redelijk bedrag gerepareerd en we ontdekken een mooi tweehandse genua perfect voor onze boot. Hij moet nog wel worden aangepast maar dat leverd geen problemen op volgens de zeilmaker.

Tussendoor nog even het hotel reserveren waar John ouders samen met zijn tante en oom voor één dag verblijven. Voordat je het weet is het alweer avond. Na het eten gaan we in op de uitnodiging voor een borrel van de Wiggle. Het wordt een gezellig lange avond. Rond drieën stuiteren we ons bed in.

 

De katten hebben het goed naar hun zijn. Het schommelt niet en ze kunnen op het dek zitten. Wij worden de volgende dag met een kater wakker. Na wat eten gaan we op de fiets op zoek naar wat andere bootwinkels. Eind van de ochtend zijn we opeens in het bezit van een autopilot, we deden alles nog met de hand. Heel vermoeiend hoor (vooral voor John). Volgens de Wiggle is een autopilot toch iets wat je niet kunt missen. Wel een rib uit ons lijf. Verder kopen we nog wat klein spul. John gaat namelijk een neerhouder maken. Blijkt ook al onmisbaar te zijn. Die dag lopen we de zeilmakerij nog een keer binnen, om te kijken hoe het er mee staat en de juiste mastlengte door te geven. Gelukkig spreekt John een aardig woordje frans. Tegen de avond is van koken niets meer gekomen en besluiten we samen met de Wiggle wat shoarma te gaan halen. Na het eten keuvelen we nog heel wat af en het is zo weer diep in de nacht. Morgen wordt het weer vroeg dag want dan komt ons bezoek en we moeten nog heel veel doen.

We bieden de Wiggle onze douche (ja lekker warm) in de boot aan, anders moeten ze een half uur fietsen naar de nieuwe marina. Onzin natuurlijk, wij moeten toch naar de zeilmakerij om onze zeilen op te halen. Ze hebben het rijk alleen. Eind van de ochtend hebben we alles en is de boot op orde voor ons bezoek. 's Middag wordt het een gezellig weerzien, eerst een terrasje pakken om bij te kletsen daarna gaan we de oude binnenstad van La Rochelle bezichtigen. Daar hadden wij ook nog geen tijd voor gehad. Mooie stad, alleen jammer dat er zoveel zwervers rondhangen en de alternatieve jeugd is verre van vriendelijk. Dat schijnt typisch iets voor Franse steden te zijn. John's familie moet best een beetje afzien in La Rochelle, het is hier een stuk kouder dan op de Franse kanalen aan de andere kant van Frankrijk, waar ze net vandaan komen. Kunnen ze vast wennen voor Nederland. 's Avonds gaan we met z'n alle uiteten en pakken nog een slaapmutsje. We spreken af dat we de volgende morgen (zondag) in het hotel komen ontbijten. We wensen iedereen een goede nacht en gaan onze kooi in. In de nacht neemt de wind behoorlijk toe, maar we liggen perfect beschut.

 

Als we in de ochtend opstaan regent het. In onze regenkleding lopen we richting hotel om rond acht uur met zijn allen te ontbijten. Wat een luxe zo'n uitgebreid ontbijt.

Heel langzaam worden we wakker. Rond negen nemen we afscheid van het stel, ze moeten nog een heel eind terugrijden voordat ze in Nederland zijn. Wij daarentegen gaan terug naar de boot. Het waait nog steeds erg hard en van tijd tot tijd regent het behoorlijk. We houden een luie dag met een boekje erbij. Bah wat een straf. Tegen de avond klaart het op, buiten babbelen we wat met de Wiggle en maken vervolgens alles klaar voor de maandag. Ook de Wiggle wil morgen vertrekken. s' Avonds nemen we afscheid met een borrel en zetten de wekker op 05.30.

 

Het is net aan het schemeren als we de touwen losgooien. Ik maak nog snel een foto van La Rochelle bij zonsopkomst. Bij de Wiggle is ook al wat activiteit waar te nemen. We hebben afgesproken contact te houden onderweg. Als we goed en wel buiten zijn stellen we voor de eerste keer onze autopilot in. De autopilot werkt, we zijn er nog wel een beetje huiverig voor. Maar alles went zeggen ze. Vooral voor John is z'n autopilot een uitkomst. Hij stuurde vooral 's nachts (de hele nacht). Jolan is een beetje nachtblind.

We zeilen de dag lekker door, Jolan is niet te genieten. Ja, de zeeziekte steekt weer de kop op. Ook Storno heeft er last van, hij gooit gelijk alle brokjes eruit en zit als een zieke koe op de kattebak en wil daar niet meer vanaf. Ach arm beestje. Rond de avond wakkert de wind nog meer aan tot een krachtje 6, en dat is niet prettig in de Golf van Biskaije. Tussentijds hebben we contact met de Wiggle gehad, zij hebben de spinaker op staan, liggen nu 30 nm

voor en hebben niet teveel wind... Zij gaan waarschijnlijk naar Santander terwijl wij nog steeds op Getxo (Bilbao) afsteven. In de nacht reeft John het grootzeil, Jolan ligt dan ziek op bed. Leuk dat zeilen, ook onze katten kunnen het nog steeds niet waarderen. Helaas hebben zij geen keus. Ook de volgende dag blijft de zeeziekte, Jolan is niet aanspreekbaar. Leuk hè John, zo'n bemanning!

Je neemt ze mee, maar hebt er niets aan. Nog steeds staat er een aardige noord-oosten wind, kracht 5 Bf. De Wiggle wijkt inderdaad uit naar Santander en wij gaan op naar Bilbao. Eind van de middag zien we weer land. We kunnen niet wachten, vooral na een slappeloze nacht voor beide hopen we voor het donker binnen te zijn. Wishful thinking. Rond middernacht lopen we Getxo (Baskenland) aan. In het donker. We gooien ons anker uit naast de ingang van de marina achter wat breakwaters en zien het morgen wel weer.

 

Een korte nacht maar, wel goed geslapen. Deze dag gaan we gebruiken voor het schoonmaken van de JoHo en er moet geshopt worden. John wil een kogellager maken in het stuurwiel, die piept nu vreselijk vanwege het bronzen lager welke door de autopilot eenzijdig wordt belast. Het stuurwiel wordt er vanaf gehaald en John gaat aan de slag, terwijl Jolan in de dinghy de buitenkant van de boot schoonmaakt. Tegen de tijd dat de winkels weer zijn geopend gaan we met de dinghy de wal op. De eerste indruk van Getxo is dat het een rijke stad is. Mooie, goed onderhouden oude gebouwen, sjiek geklede mensen. Vooral mooie mensen. Je kijkt je ogen uit. We pakken de metro over water. Nee, veerboten kennen ze hier niet. Wel apart, zo'n ernome constructie waar zowel voetgangers als auto's op kunnen, hangend boven het water. Aan de overkant is het oude gedeelte met smalle stijl omhoog lopende straatjes met speciale winkels: traiteurs, kledingzaken, restaurantjes.

Uiteindelijk komen we via een grote weg bij de autogarages uit. Daar gaat John een lager kopen voor ons stuurwiel. Bij het eerste winkeltje is het gelijk raak, we hebben wat we zochten, op naar de boot.

Bij aankomst zien we dat onze boot is afgedreven en tegen de zijkant van de stadsmuur (omringt door rotsjes) loopt te beuken. Lichte paniek, snel snel, terug naar de boot. We begrijpen er niets van, we hadden twee ankers uitgegooit. Op de boot zet John gelijk het losliggende stuurwiel vast. Als we weer terug zijn waar we ongeveer lagen bekijken we de schade, het valt mee. De schik zit er goed in. Hoe kan dat nou, er lag een anker uit en we lagen aan een lokale mooring. We hebben het idee dat ze onze boot wilden stelen. Alles wijst erop dat er volk aan boord is geweest, we zullen nooit te weten komen hoe het precies is gelopen. John gaat ondertussen weer aan de slag met het stuurwiel en zijn nieuwe aanwinst. Eind van de dag is in zicht.

De volgende dag is weer een drukke dag, binnen schoonmaken (en dat met deze temperaturen is afzien). Je moet wel met twee katten aan boord. John maakt zijn stuurwielconstructie af. Er wordt nog wat met de kwast bijgewerkt en daarna gaan we met onze dinghy de marina in om te horen wanneer we kunnen komen tanken. Poeh, dat zal geen goedkope marina zijn. Er liggen hier een hopie dure boten, verder zie je het al aan de dames, ze zien eruit of ze naar een sjiek feest gaan. Ook informeren we hoe we het beste morgen naar Bilbao kunnen gaan. Dat wordt met de metro.

 

Op vrijdag 22 juni, als we alles goed hebben afgesloten en na gekeken vertrekken we per metro naar Bilbao voor het Guggenheimmuseum. Dat staat al sinds we vorig jaar naar New York zijn geweest op onze verlanglijst. De metro kost hier bijna niets en binnen een mum van tijd zitten we midden in het centrum. Nu nog uitvogelen waar het museum staat. Je kunt goed zien dat het vroeger een rijke stad was. De gebouwen zijn rijkelijk versierd, helaas aangevreten door de zure regen en tijd. Het loopt hier van plein naar plein. Het ademt nostalgie uit. Ineens duikt aan het einde van zo'n ouderwetse avenue een glimp van het moderne Guggenheimmuseum op. Wow. We bewonderen het museum van alle kanten, helaas is de collectie net zo slecht als in New York, we gaan niet naar binnen. We pakken lekker een terrasje voor het museum en bestellen Rioja. Na het wijntje en mensen kijken zijn we alweer snel op weg. We halen boodschappen in een supermarkt langs onze route naar de metro. Het is ondertussen behoorlijk warm geworden en we zeulen met plasticzakken vol boodschapen richting metro, op naar de boot.

Tegen het eind van de siësta komen we terug op de boot, waar Jolan de was (op de hand) gaat doen. Misschien is het droog voordat we morgen vertrekken. John legt de laatste hand aan het stuurwiel en controleert het geheel. In de avond gaan we met de kippen op stok, morgen gezond weer op.

 

Als we de volgende morgen de motor starten schemert het nog, de boot maakt een raar bonkend geluid als we wegvaren. Het geluid wordt erger als je de motor harder laat lopen. Als we bijna Getxo zijn uitgevaren (het is ongeveer 2 miles naar de uitgang) besluiten we toch terug te keren. Het geluid is er nog steeds en belooft niet veel goed. Je hebt twee haventjes, de eerste is een vissershaven en de ander is de luxe marina. We kiezen eerst voor de vissershaven i.v.m. het kraan- en liggeld. Daar aangekomen worden we afgebekt door de havenmeester, bovendien vraagt hij een belachelijke hoge prijs om de JoHo uit het water te halen. Nou bedankt hè. We moeten eruit omdat het geluid erger en erger wordt. Onze laatste keus is de marina. Als de JoHo is aangelegd gaan we op zoek naar iemand die ons kan helpen. Die hebben we zo gevonden, vervolgens leggen we het verhaal uit.

Ze willen ons er wel uithalen. Zo gezegd, zo gedaan. Het is laagwater als we richting kraan varen en we moeten een heel eind omhoog worden gehezen. Als de JoHo eindelijk uit het water is gehaald, zien we direct wat het probleem is, ankerketting plus lijn om de schoef. Het roer is hierdoor behoorlijk beschadigd.

De marinaman belooft te kijken wat hij voor ons kan doen, ze hebben echt medelijden met ons. De boot wordt op palen gezet en wij gaan alvast aan de slag om de reparatie van het roer voor te bereiden.  Daar staan we dan, alsof we nog niet genoeg ellende hebben gehad. Onze katten weten niet wat ze overkomt, al snel liggen ze relaxt aan dek. Geef ze eens ongelijk. De schade is behoorlijk. De marinaman komt met goed nieuws. We kunnen dit weekend blijven. Toch weer een raar gevoel om op de kant te staan. John bekijkt de schade nog eens en maakt een beginnetje. s' Avonds gaan we naar een soort foodcourt en nemen fajitas, goed voor de stoelgang…..

 

Zondag ochtend zijn we al vroeg aan het werk, tegen de avond heeft John al heel wat aan roer en schroef gedaan. Morgen alleen nog een bepaalde moer kopen en met een beetje antifouling de boel bijwerken en dan zo snel mogelijk weer op pad. Op maandag hebben we goed en slecht nieuws. Het goede: we mogen zo lang als we nodig hebben gratis in de marina blijven en verder schenken ze ons een blik antifouling. Met huidige kledij (werkkleding) begrijp ik pas waarom we dit voor elkaar krijgen. Het slechte nieuws: de moer moet besteld worden en dat duurt een paar dagen. Er bestaan nog steeds lieve behulpzame mensen als je ziet wat ze hier allemaal voor ons doen. Ik ben begonnen om de ene kant van de boot schoon te spuiten met een (zeer) hoge drukspuit, wat een kracht zit er in dat ding. Ondertussen hebben we de Wiggle ook op de hoogte gebracht. Hopelijk zien we ze weer ergens op de route. Eind van de dag is onze boot brandschoon aan de onderkant, John heeft epoxy en gelcoat aangebracht. Het is avond en tijd voor een ander tentje in de foodcourt.

Na het eten lopen we wat langs de boulevard. By the way, John spreekt een aardig woordje spaans, maar hier kan hij de mensen niet volgen. Het blijkt dan ook een dialect/andere taal (Baskisch) te zijn. Baskenland is een rijke provincie van Spanje, ik begrijp nu die afscheidingsideeën van de Basken beter.

Onze katten staan hier trouwens ook behoorlijk in de picture, ja wat wil je met elf kilo kat (Storno), Grover valt daarbij in het niet met zijn acht kilo.

 

Dinsdagochtend begint Jolan met het aanbrengen van de antifouling (met een kwast). Mensen staan onherroepelijk stil. Ze zijn het niet gewend dat vrouwen gewoon meewerken en al helemaal niet met zo'n karwei. Het is dus simpel gezegd not done. Ze wennen er maar aan! Rond de middag is het blik antifouling leeg. Helaas was dat het laatste blik wat ze in de marina hadden, we moeten op zoek naar een winkel in het gedeelte achter de marina, ook een prachtig gedeelte van de stad. Zo zie je nog eens wat. Op jacht naar dezelfde antifouling. We hebben niet gedacht aan de siësta en we gaan maar een tapasbar in. Lekker die kleine hapjes, gecombineerd met een drankje. Doen we trouwens veel te weinig…..

Iets verderop vind een demonstratie van een anti-ETA groep plaats. Je zit natuurlijk wel in Baskenland. Tot nu toe vind ik het erg rustig. Bij de eerste verfwinkel aangekomen kopen we een grote emmer antifouling. Terug naar de boot en gelijk aan de slag, zolang we nog licht hebben. Na het harde werken lekker douchen en daarna lekker eten, natuurlijk in de foodcourt.

 

Op woensdag zijn we op tijd klaar, we spreken af om tegen de eind van de middag weer in het water gelaten te worden. We maken de boot verder in orde en kijken alles nog een keer na. Tijd voor onszelf. We gaan nog een keer Getxo in, lopend langs de waterkant vinden we een bankje, zittend met een ijsje in onze hand genieten we van alles wat langskomt. Bij terugkomst wordt de JoHo eindelijk weer te water gelaten.

We varen hem naar de steiger, pakken onze douche spullen, betalen de marina (travellift). Vervolgens trekken we onze mooiste kleren aan, vanavond gaan we het sjieke restaurant in de marina proberen, we hebben wat te vieren. De boot ligt weer in het water waar hij thuis hoort. Het eten is buitengewoon lekker en met een drie gangen menu nemen we het ervan. Dat hebben we ook echt verdient naar al het harde werken van afgelopen tijd. Bij deze, Getxo Marina hartelijke dank voor de geweldige service!

 

Het is 28 juni en wij zijn weer op pad, we varen gelijk en stukje harder. Dit komt door die nieuwe antifouling. Nooit geweten dat het zo'n verschil kon uitmaken, bijna een halve knoop! Op ons gemakje varen we naar Santander. We willen nog een anker erbij hebben en dat gaan we in Santander proberen te vinden.

Bij het binnenvaren van de baai bij Santander komen we langs het buitenverblijf van de Spaanse koning. Prachtig optrekje. Aan het einde van de baai bevind zich de marina, waar wij maar een paar uur willen blijven om vervolgens weer voor anker te gaan. Bij binnenkomst staat de havenmeester ons al op te wachten, je kent het wel, lekker macho. Totdat ik zie dat hij de boot niet kan afhouden. Tja de boot is zwaarder dan je denkt. Jolan springt snel van boord om nog te redden wat er te redden valt, hierbij duwt zij de havenmeester aan de kant. Hij belandt vervolgens in het water. Maar eerste de boot en dan de havenmeester…..

J

De boot ligt veilig en de havenmeester is ondertussen op eigenkracht ook weer op de kant geklommen. Hij is niet blij, gek hè. We mogen twee uur blijven liggen en dan moeten we weg, er is geen plaats….. wat nou geen plaats, de halve marina is leeg! Maar goed, snel op pad en dan straks voor anker in de baai. Rondom zijn er verschillende marinewinkels en allemaal zijn ze scheeuwend duur. Wij komen bij een loods en vragen of ze ook een tweedehands anker hebben. Na wat nors geblaf, vinden ze er eentje van rond de veertien kilo. John vraagt op zijn beste spaans wat het moet kosten. De Spanjaard kijkt hem aan en zegt dat hij maar eens moet gaan. John vraagt het nog een keer. De Spanjaard vraagt of hij het anker niet wil hebben, ja graag natuurlijk. Nou, wegwezen dan, zegt-ie! En weg zijn we met ons gratis anker. We zijn zo blij als een klein kind.

Op naar onze ankerplaats. Jolan kookt een potje en daarnaar genieten we van een rustig avond op het water.

 

Het is weer vroeg dag en vandaag wordt het Poo en mooie ankerplaats volgens de Wiggle, het is maar een dagje zeilen.

Tegen eind van de middag varen we de ingang van Poo binnen, een smalle doorgang met aan weerszijde hoge rotsen. We zien niet zo ver van ons vandaan mensen tot hun middel in het water staan. Blijkt alles verzand te zijn. We gooien het anker uit maar drijven toch wel heel dicht richting rotsen. Dit is geen oplossing voor vanavond. Na veel gemok van Jolan's zijde varen we toch door. Sjagrijnig kookt Jolan een maaltijd, we moeten om de beurt eten. Zo gaat er een vermoeiend nachtje voorbij. Gyon aanlopen bij nacht is ook geen oplossing, we gaan door. Op zaterdag rond vijf uur inde middag arriveren we in Ria Ribadeo een klein plaatsje voorbij de brug. De brug is hoog genoeg. We leggen aan in een druk haventje aan de buitenkant van een rij boten want wij willen morgen heel vroeg weer vertrekken. We klimmen over een paar andere boten om aan de kant te komen.

De havenmeester staat ons al op te wachten (wat is dat tocht met die Spanjaarden, ik lijk wel een magneet met die blonde haren). Nee we hebben niets bijzonders nodig. Eén nachtje kost maar liefst 500 pesetas J, geen drol dus. Op naar het dorpje, alles is dicht en dat was te verwachten, het is siësta-tijd. We vergeten het steeds weer. Na een wandeling langs de haven en pier komen we bij een supermarkt uit. Even wat boodschappen doen.

Met drie volle tassen komen we aan op de JoHo. Nu moeten die boodschappen nog droog op de boot belanden. Jolan op de boot en John geeft alles aan. Ja, boodschappen doen gaat heel anders dan in Nederland. Onze buren zijn ondertussen ook thuis, een Engels schip de Sooty Girl met Paul en Christy. Net als veel andere Engelsen vol (engelse) humor. We praten wat tot opeens in de opening van het haventje een enorme (voor ons gevoel) catamaran verschijnt. Hij vaart onder Franse vlag met een duits sprekende bemanning aan boord. John staat op als tolk en na een kwartiertje tolken in het spaans, duits, engels, frans om vervolgens Jolan weer in het nederlands toe te spreken, ligt eindelijk de catamaran en vult het hele haventje.

Bedankjes volgen en een pilsje. Proost.