MEI 2000 tot en met APRIL 2001

 

Even voorstellen: JoHo, een 32 voet grote (kleine) Morgan zeilboot wordt op transport gezet richting Nederland na bijna 20 jaar CaraÔbisch gebied als vaarwater te hebben gehad. De kapitein en trotse eigenaar vanaf 1998 is John Hoedemakers.

Na een tijd op het eiland Bonaire te hebben gewerkt, gedoken en gezeild ben ik, John, in april 2000 na het stuklopen van een lange relatie weer teruggekomen in Nederland. Ik ben voor dezelfde werkgever blijven werken, waar een tijd van intensief internationaal werk en veel reizen volgde. Dit alles zorgde ervoor dat ik mentaal uitgeput raakte. Pas laat in september 2000, nadat ik Jolanda op het vliegveld Newark bij New York had ontmoet heb ik dat gemerkt. Ik heb toen met haar erg snel stappen gezet waar anderen jaren voor nodig hebben. In november waren we al vaker op één adres te vinden dan apart. Ik heb haar toen ook maar meteen over mijn plannen verteld om een wereldreis te beginnen met mijn bootje.

 

Vriendin Jolanda Geerdink, dat ben ik, was toen werkzaam bij de Nederlandse Spoorwegen als conductrice. Ook ik had net een punt gezet achter een lange relatie en was aardig op weg een eigen leventje op te bouwen. Samen met mijn twee katten, Storno en Grover, had ik net een nieuw huis gekocht. Na een lange onplezierige periode ging ik mijn droomreis maken naar Alaska. Terug van deze reis ontmoette ik een blaasbalg met drie huizen, één boot en nog veel meer, maar achter dat masker ging best een leuke knul schuil. Toch maar op de uitnodiging een keer langs te komen ingegaan en voor ik het wist werd een keer veel vaker. Toen hij me vertelde over zijn ideŽen over de reis werd ik enthousiast en wilde ik best mee.

 

December 2000 tot en met maart 2001 zijn we druk bezig geweest met alle voorbereidingen voor de reis. JoHo verder technisch in orde maken. Zomer 2000 was ze al nagekeken, geschilderd en vernieuwd waar nodig, maar voor zoín trip worden toch aanvullende eisen gesteld dachten we.

Huizen verkopen, boot bevoorraden, kaarten kopen en eind maart waren we zo ver. We konden vertrekken.

 

Zo gaat onze ark op 29 april vanuit Grou (Friesland) aan zijn reis beginnen. Het is zonnig maar behoorlijk koud, eigenlijk is het mutsenweer. In de loop van de dag warmt het aardig op. Onder het genot van een biertje aanschouwen we het mooie Friese land,zoals het hoort vanaf het water. We naderen de eerste tolbruggen in Leeuwarden en het is de bedoeling om voor alle bruggen ineens te betalen. Ze gooien een klompje aan een lijntje naar je toe en daar gooi je dan het geld in. Het zal best werken als je gepast geld hebt maar je raadt het al, dat hebben wij dus niet.

Voor het wisselen van het groot geld moeten we de kant op. Het valt wel maar niet mee.... en bijna letterlijk in het water. Tegen de avond leggen we onze boot in het weiland bij een van de vele gratis steigertjes (Sijbrandahuis). Het aanleggen geeft nogal wat problemen want er ligt nog een boot. Laten wij die nou net raken. Wel even schrikken. De schade valt achteraf best mee. Voordat John het schadegevalletje gaat afhandelen moet hij hoogstpersoonlijk ook de watertemperatuur nog meten. Wel erg koud hè John. Er gaat weleens wat mis bij het afspringen.

Tijd voor de innerlijke mens, eerst maar wat kokkerellen. Wat wil je nog meer, zoín uitzicht met een prachtige rode zonsondergang.

De volgende dag begint goed, we zijn net de brug voorbij of we komen tot de conclusie dat we kat Grover missen. Paniek. We leggen de boot aan en gaan per bijboot terug. Geen kat. De bijboot begeeft het op de terugweg en roeiend bereiken we de JoHo. Jolan pakt de fiets en gaat alle boederijen in de buurt af en geeft ze het mobiele nummer, voor het geval ze Grover vinden. Na lang beraad besluiten we dan maar weer terug te gaan en nog een nachtje te blijven. We liggen nog geen vijf minuten of daar is Grover weer.

Eindelijk vertrekken we richting Dokkum.

Bij één van de tolbruggen staat een behoorlijke stroming met het gevolg dat onze bijboot dwars voor de JoHo komt te liggen. Als de brug open gaat hebben we de bijboot weer waar hij thuis hoort: achter de boot. De avond nadert en wij vinden een mooi plekje aan een steigers in het natuur reservaat Lauwersmeer.

We eten en gaan dan naar bed, een avondwandeling zit er niet in. Het natuurreservaat is afgesloten i.v.m. de mond en klauwzeer.